"Recent" en toch archeologie. Enkele aspecten van het onderzoek in Oost-Vlaanderen

Titel"Recent" en toch archeologie. Enkele aspecten van het onderzoek in Oost-Vlaanderen
PublicatietypeTijdschriftartikel
Publicatiejaar2000
AuteursLaleman, M
Titel van het tijdschriftVOBOV-info. Tijdschrift van het Verbond voor Oudheidkundig Bodemonderzoek in Oost-Vlaanderen v.z.w.
Volume of jaargang52
Begin en eindpagina's64-71
Samenvatting

Vijfentwintig jaar geleden kwamen de moderne tijden (16de-18de eeuw) in een archeologisch overzicht nauwelijks aan bod. Langzamerhand kwam er een kentering, kregen steeds meer post-middeleeuwse aspecten een plaatsje in het archeologisch vakgebied (Verhaeghe & Otte 1988). Deze ontwikkeling zet zich gestaag voort. Het beeld dat voor de werkzaamheden in de provincie Oost-Vlaanderen kan worden opgehangen, onderscheidt zich niet essentiëel van wat zich in de andere provincies afspeelt.
Vooraleer enkel onderzoeksprojecten in het laatste decennium beknopt worden toegelicht, passen enkele beschouwingen over de plaats van de Post-Middeleeuwen in het geheel van de archeologische activiteiten. Geen enkele archeoloog is voltijds bezig met de studie van post-middeleeuwse materiële sporen en in dit opzicht ontbreekt het noodzakelijke wetenschappelijk basisonderzoek. In het kader van hun professionele opdrachten, die vanuit de bedreiging voor het bodemarchief en/of regionaal onderzoek worden bepaald, komt de archeologie van de moderne tijden aan bod bij de provinciale archeologen, de stadsarcheologen en projectarcheologen in Gent, de Archeologische dienst Waasland, de buitendienst Ename van het Instituut voor het Archeologisch Patrimonium, en meer uitzonderlijk bij de andere beroepsarcheologen die in Oost-Vlaanderen werkzaam zijn. Bij de amateurarcheologie zijn de Post-Middeleeuwen zeer goed vertegenwoordigd. Ook het grote publiek dat belangstelling toont voor het archeologisch erfgoed, staat niet afkerig tegenover het meer recente vondstengoed. Op elke archeologische dienst worden geregeld met de hand verzamelde scherven zonder contextgegevens ter identificatie of studie aangeboden. Dat dergelijk vondstenmateriaal geen basis is voor meer uitgewerkte studies die hier worden aangehaald, is duidelijk. Het onderzoek van archeologische sporen en vondsten uit de moderne tijden wordt trouwens gekenmerkt door groeiende professionele aanpak.
De aspecten waarvan de resultaten bondig kunnen worden vermeld, overspannen nagenoeg het gehele gamma onderwerpen dat bij archeologisch onderzoek aan bod kan komen.
Die aspecten van de moderne tijden die in Oost-Vlaanderen op grond van archeologisch onderzoek beter werden uitgewerkt, behoren op enkele uitzonderingen na tot meerperiodensites en behandelen de verdere ontwikkeling van een site die reeds een veel langer bestaan kende. De resultaten voor de periode 16de-18de eeuw zijn derhalve niet uit de ontwikkelingslijn te isoleren. Dit is bv. het geval voor de abdijsites Sint-Pieters in Gent en Ename.
Resultaten voor de moderne tijden als opvolger van de archeologische bevindingen voor de middeleeuwse periodes zijn terug te vinden bij heel wat onderzoeken in stedelijke milieus, ondermeer in Gent en Aalst.
De fortificaties waren beeldbepalend voor elke stad van het Ancien Regime. Gent bekleede in dat opzicht een speciale plaats, wat door recent archeologisch onderzoek (Nieuw Kasteel of Novum Castrum op de plaats van de voormalige Sint-Baafsabdij) wordt ondersteund. Ook andere aspecten van het Gents archeologisch onderzoek hadden betrekking op verdediging in de moderne tijd (Rabot en Justitiepaleis)
Het meerperiodenaspect en de koppeling tussen Late Middeleeuwen en Moderne Tijden is eveneens kenmerkend voor heel wat huizen die in Gent archeologisch konden worden onderzocht. De ontwikkeling van deze panden in de 16de - 18de eeuw bouwde voort op het soms eeuwenlange verleden. Opgravingen en in mindere mate muuronderzoek leveren in deze panden mobiele archaeologica op, die dankzij de Gentse methode van huizenonderzoek kunnen worden geassocieerd met bewoners, hun levenswijze en hun functie in de stad. Vaak overstijgen de resultaten van dit onderzoek het lokale belang en komt men via een onderzocht huis in contact met de "grote" geschiedenis van Vlaanderen. De aard van het inmiddels verder uitgewerkte mobiele vondstengoed voor Gentse huizen in de 16de - 17de eeuw is zeer verscheiden : plantenresten in muurholtes en tusse plankenvloeren, evenals rattennesten inhet huis De Spiegel aan het Goudenleeuwplein, afvalkuilen met huisraad in een pand onder het Sint-Baafsplein of op een erf aan de schepnhuisstraat.
Het materiële verleden van een stad is uiteraard niet alleen af te lezen uit de privé-huizen. Ook de openbare organisatie van een stad laat sporen na : afwateringen, rioleringen, post-middeleeuwse wegtracés, ophogingslagen op pleinen.
Tot de reeds beter onderzochte dorpskernen behoort Moorsel.
Het verdwenen Blauwhof in Steendorp is een goed voorbeeld van een buitengoed of hof de plaisance, zoals er in de moderne tijden overal in Vlaanderen tot stand kwamen. Bij het thema bedrijfsgebouwen die in recente tijd in Oost-Vlaanderen werden onderzocht, behoren molens.
Bijzonder belangrijk voor de kennis van het mobiele vondstengoed is de uitwerking van een vondstenensemble uit de Bijlokesite in Gent. Het overgrote deel bestond uit halfproducten of productie-afval van majolica en faience . De misbaksels die op de Korenmarkt werden opgegraven, vertgenwoordigen een iets jongere generatie (vermoedelijk midden 18de eeuw) van de Gentse productie. De studie wees voorts op de betekenis van een groeiende mobiliteit van waren, technieken, kennis en mensen tussen verschillende steden, streken en landen, m.a.w. mobiliteit als essentiële factor in het handelsverkeer tussen noord en zuid in de 17de en 18de eeuw.
Aspecten van andere proto-industriële bedrijvigheid: productie van vorstpannen, organisatie van de verspreiding met export naar diverse centra in Vlaanderen, sporen van baksteenvervaardiging in Steendorp, sporen van ambachtelijke , bijna huiselijk vervaardigen van knopen, muntschat ...
Met deze beknopte mozaïek over de provincie Oost-Vlaanderen wordt enkel een summier overzicht gegevens van de verschillende themata die op basis van archelogische bevindingen in het laatste deccenium verder werden uitgewerkt. Deze schets is uiteraard verre van volledig. De grote verscheidenheid en de doorgaans aanvullende bijdrage ten opzichte van gegevens uit andere bronnen onderstrepen echter de betekenis van het archeologisch onderzoek voor de periode van de 16de tot de 18de eeuw in de provincie Oost-Vlaanderen

Citation KeyLaleman:2000a
VerantwoordelijkeVAMEELS, CAI SMORTIER