De "Hoge Andjoen"-motte te Werken (gem. Kortemark)

TitelDe "Hoge Andjoen"-motte te Werken (gem. Kortemark)
PublicatietypeTijdschriftartikel
Publicatiejaar1986
AuteursDe Meulemeester, J, Vanthournout, C
Titel van het tijdschriftArchaeologia Belgica
Volume of jaargang2
Nummer binnen de jaargang1
Begin en eindpagina's105-108
Trefwoordengracht, motte, neerhof, opperhof, pallisade
Samenvatting

Derde campagne
De opgravingen van de motte werden aangevat in het zuidoostelijk kwadrant. Alhoewel het onderzoek verre van afgerond is, ligt de algemene stratigrafie reeds vast.. Boven het pleistocene zand treffe we de vroeg-middeleeuwse sporen aan.
Daar de gelijktijdige sporen op het voorhof door een grachtensysteem waren afgesloten, is het waarschijnlijk dat de sporen onder de motte tot het tweede luik van een tweeledig site behoren. M.a.w. het "opperhof-neerhof-patroon" van het mottesite heneemt een reeds bestaande voreg-middeleeuwse situatie. dat deze vroege tweeledigheid geen uitzondering is bewijst het Karolingsische site van Petegem.
Boven het zogenaamde vroeg-middeleeuwse opperhof, werd in tweemaal een kernmotte opgeworpen tot ca. 2,50 m hoogte.
In een tweede faze werd de motte opgehoogd tot ca. 5 m., in een derde tot 6,50 m
Op het vlak van de gebouwenstructuur levert de opgraving vooralsnog geen resultaten op. Enerzijds is de onderzochte oppervlakte te beperkt, anderzijds wordt er gegraven in de toegangszone tot de motte, daar waar opperhof en neerhof normaliter met elkaar in verbinding staan, en waar men dus open ruimte kan verwachten.
Ook de chronologie die aan deze stratigrafie moet worden gekoppeld is onduidelijk. Bij eerste nazicht van de archaeologica situeert de evolutie van de mott zich in een 11de - 12de eeuws geheel.

Citation KeyDemeulemee:1986i
VerantwoordelijkeMDEWILDE, VAMEELS, KDEGROOTE, CAI LLAPON