De Visserskaai te Oostende (prov. West-Vlaanderen): archeologie van een in de 17de eeuw zwaar geteisterde stad

TitelDe Visserskaai te Oostende (prov. West-Vlaanderen): archeologie van een in de 17de eeuw zwaar geteisterde stad
PublicatietypeTijdschriftartikel
Publicatiejaar2003
AuteursPieters, M, Schietecatte, L, Ervynck, A, Van Neer, W, Caluwé, D
Titel van het tijdschriftArcheologie in Vlaanderen VII
Volume of jaargang7
Begin en eindpagina's231-276
Trefwoordenarcheozoölogie, fontein, gracht, kruitmagazijn, leer, menselijk bot, stadsarcheologie, waterreservoir
Samenvatting

Nav bouw ondergrondse parkeergarage "Van september 1998 tot en met februari 1999 werden door het I.A.P. van de Vlaamse Gemeenschap en de stad Oostende de graafwerken voor de aanleg van de ondergrondse parkeergarage onder de Visserskaai archeologisch begeleid. Het onderzoek werd wegens de grote tijdsdruk uitgevoerd in minder gunstige omstandigheden. Hierbij werd informatie ingewonnen over de Oostendse versterkingen aan de oostkant van de stad en hun evolutie gedurende de periode 16de - 19de eeuw.
De opgravingen documenteerden tegelijkertijd ook verschillende aspecten van de materiële cultuur waaronder de ceramiekconsumptie en de voedselvoorziening van de stedelingen gedurende dezelfde periode.
Ceramiek : Rood , wit met geel, groen & bruin loodglazuur, steengoed, majolica, faience, porselein, tegels met tinglazuur, industrieel wit, industrieel rood bedekt met zwart glazuur, wit uit dèsvres, olijfoliekruiken, kleipijpen en plaketten uit pijpaarde
Glas : Flessen, silezisch kelkglas, groen en blauwgroen vensterglas, kleurloos holglas, kelkglazen, facon d'angleterre types, boheemse bekers, holglas bekers
Metaal : 2 munten, ijkbandje, 22 gietijzeren kanonballen
1 dobbelsteen, schoenzolen
Archeozoölogisch : Mariene schelpdiersoorten, visresten, vogelbotten, konijn, rund, schaap of geit, paard en hond
Behalve de 19de eeuwse grachtopvulling … werden ook twee bolwerken/bastions aangesneden, van noord naar zuid respectievelijk het Peckels bolwerk/bastion van de lanternen en het Spaans bolwerk/bastion van het ponton. Het bodemarchief van beide bolwerken was nog enigszins bewaard en leverde de meeste gegevens op voor deze bijdrage.
Een aantal van de aangesneden sporen gaat waarschijnlijk terug tot de periode van het beleg van 1601-1604 of gaat er mogelijkerwijs zelfs aan vooraf. De meeste sporen en vondsten verwijzen echter naar de evolutie van de Oostendse stadsversterkingen gedurende de periode 17de tot de 19de eeuw. Bij de indeling van de aangesneden sporen in twee hoofdfasen (respectievelijk ""voor en/of tijdens het beleg"" en ""na het beleg"") zijn de aangetroffen menselijke skeletten van groot belang. Tijdens de opgravingen werden dierlijke resten met de hand verzameld. Uit enkele contexten zijn aanvullend zeefstalen genomen, waarvan geen enkel staal echter een betekenisvolle densiteit aan klein organisch materiaal bevatte. Het onderzochte terrein leverde ook geen interessante vondstenensembles voor archeobotanisch onderzoek.
Discussie . Het archeologisch luik dat gekoppeld werd aan de graafwerken voor de aanleg van de parkeergarage onder de visserskaai verschafte concrete informatie omtrent het uitzicht, de evolutie en het functioneren van de Oostendse vestingen sinds de 16de eeuw. Bij het bestuderen van het archeologisch materiaal uit het bastion met het kruitmateriaal valt verder op dat dit op enkele uitzonderingen na, ..., haast intergraal dateert uit de 2de helft 16de / 1ste helft 17de eeuw, met bovendien nog een nadruk op de periode late 16de/vroege 17de eeuw. Het aangetroffen archeologisch materiaal geeft aldus een beeld van de ceramiek en de overige goederen die te Oostende werden verbruikt in de late 16de/vroege 17de eeuw. De tafonomie van het dierlijk materiaal van de context onder de vloer van het kruitmagazijn en van deze van de opwerpingspakketten in het bastion tegen het kruitmagazijn stellen duidelijk etensafval voor... Bij dit alles blijft het onduidelijk of de etensresten primair gedeponeerd afval voorstellen, dan wel een secundaire afzetting. De materiële resten uit het waterreservoir verschaffen een inzicht in de consumptie van ceramiek, glas en leder te Oostende in de periode 2de helft 17de - 1ste helft 19de eeuw. De meerderheid van de mobiele archaeologica hoort thuis in de 18de eeuw en bepaalde categorieën als glas en chinees porselein zelfs in de eerste helft van de 18de eeuw. Met ongeveer 2000 fragmenten is de collectie voldoende groot en statistisch bruikbaar. Verschillende factoren bemoeilijken echter sterk de interpretatieve mogelijkheden van deze collectie, meerbepaald de ongekende tafonomische geschiedenis en de vrij ruime chronologische marge (ongeveer 200 jaar). Deze collectie ceramiek vertoont een aantal kenmerken dat ook reeds vastgesteld werd bij de postmiddeleeuwse ceramiek uit Brugge. De Oostendse context wordt gedomineerd door tafelgerei (eten en drinken). Onder het tafelgerei is steengoed reeds volledig gemarginaliseerd en verdrongen door faience, glas, porcelein en industrieel wit. Steengoed wordt nu ook vertegenwoordigd door andere vormen zoals mineraalwaterflessen, voorraadpotten en inktflesjes. De majolica is haast volledig verdrongen door faience. Enkel als tegel houdt de majolica nog goed stand. De verzameling porselein bestaat hoofdzakelijk uit kopjes en bordjes/schaaltjesin het goedkopere blauwwit porselein. Bij het onderzoeken van deze context stelt zich de vraag naar de tafonomie ervan , met o.a. de vraag naar de producent van dit afval. De densiteit van het materiaal in het drinkwaterreservoir was in elk geval niet zo hoog om werkelijk van een stortzone te spreken. Daar het materiaal bovendien secuncair verplaatst lijkt en vermeodelijk van uiteenlopende socia-economische milieus kan afkomstig zijn, is enkel een algemene interpretatie nuttig. Wat de deirlijke resten betreft bevat dit ensemble, met een dominantie van 18de eeuws materiaal, 2 tafonomische categorieën : etensresten ene afval van niet gegeten dieren. De dierlijke vondsten van de site ""Visserskaai"" zijn moeilijk te gebruiken voor de reconstructie van consumptiepatronen in het postmiddeleeuwse Oostende. Dat komt allereerst omdat de collectie klein is en vooral uit groot materiaal bestaat, maar ook omdat de tafonomische voorgeschiedenis ervan moeilijk te reconstrueren is. Bovendien is niet duidelijk van wie het gevonden consumptiemateriaal afkomstig is. Het materiaal kan enkel globaal worden bekeken als postmiddeleeuws oostends afval en kan enkel in die zin vegreleken worden met informatie uit andere steden. Bij het gezamenlijk bekijken van de mobiele archaeologica en meer in het bijzonder de ceramiekvondsten van beide contexten, …, kan worden vastgesteld dat ze een aantal trends reflecteren die voor postmiddeleeuws Vlaanderen reeds werden geanalyseerd door Frans Verhaeghe in een bijdrage uit het midden van de jaren 80. Specifiek voor Oostende lijkt het groot belang van Chinees porselein in de context uit het waterreservoir. Typisch voor havensteden in het algemeen lijkt dan weer de aanwezigheid van importproducten zoals olijfoliekruiken uit Sevilla."

Citation KeyPieters:2003a
VerantwoordelijkeJMOENS, AERVYNCK, VAMEELS, CAI LLOMBAERT