Archeologie in Brugge. Van stedelijke , naar intergemeentelijke dienst

TitelArcheologie in Brugge. Van stedelijke , naar intergemeentelijke dienst
PublicatietypeTijdschriftartikel
Publicatiejaar2007
AuteursHillewaert, B
Titel van het tijdschriftMonumenten, Landschappen & Archeologie
Volume of jaargang26
Nummer binnen de jaargang2
Begin en eindpagina's24-34
Trefwoordenstadsarcheologie
Samenvatting

Brugge beschikt sedert 1997 over een eigen archeologische dienst, die structureel is ondergebracht bij de Stedelijke Musea. Kenmerkend aan de Brugse stadsarcheologie is dat ze zich niet beperkt tot de stadskern. Reeds een tiental jaren wordt ruime aandacht besteed aan de Brugse rand. De stad kan immers slechts "begrepen" worden als de relatie met het hinterland eveneens wordt bestudeerd. In 2004 werd in dezelfde lijn een belangrijke stap gezet door de oprichting van Raakvlak, de Intergemeentelijke Dienst voor Archeologie in Brugge en Ommeland.
Gedurende een twintigtal jaren werd het accent hoofdzakelijk op het onderzoek in de binnenstad gelegd. De resultaten zijn zeer gevarieerd en beslaan het domein van het onstaan van de stad, de bewoningsgeschiedenis, de geschiedenis van ambachten, de materiële cultuur en nog veel meer. Het zou ons te ver voeren om een opsimming te geven van alle opgravingen. We beperken ons tot enkele mijlpalen in het toenmalige onderzoek, zoals het onderzoek naar de grafkelders in de Onze-Lieve-Vrouwe-Kerk, met ondermeer een aantal beschilderde graven en het graf van Maria ven Bourgondië, de opgraving op de Brugse Burg, waarbij de resten van de Sint-Donaaskerk en sporen van de oudste grafelijke burcht aan het licht kwamen en de studie van de laatmiddeleeuwse ambachtelijke resten, zoals de ovens en het afval van de pottenbakkers aan de Potterierei en de looikuipen en het afval van de leerlooiers in de omgeving van de Eekhoutstraat en de Garenmarkt.
In 2003-2004 nam het Europacollege de wedde van 2 archeologen op zihc voor het archeologisch onderzoek op de site Verversdijk in de Brugse binnenstad, waarbij resten van het voormalige jezuïtencollege en de voorafgaande laat-middeleeuwse ververswijk werden opgegraven.
Project Prinsenhof. Bij het onderzoek zijn een aantal ondergrondse, maar ook bovensgrondse resten van de toren en andere oorspronkelijke gebouwen van het Prinsenhof aan het licht gekomen. Zo was het mogelijk om de exacte locatie te bepalen van de gebouwen die door Sanderus (16461) en Marcus Gerards (1562) werden afgebeeld. Daarnaast werd ook informatie verkregen over de bewoners van dit gebied voor de Bourgondische periode. Uit latere tijden valt vooral de muntscht te vermelden, geslagen tussen 1755 eb 1787.
Bouwhistorisch en histroisch onderzoek.
Traditioneel gaat de aandacht grotendeels naar het bodemonderzoek.
In tegenstelling tot Gent, waar het bouwhistorisch onderzoek - en meerbepaald de muurarcheologie - een belangrijk deel van de werking innneemt, maakt dit aspect in Brugge slechts in uitzonderlijke gevallen deel uit van de opdracht. Dit heef tin belangrijke mate te maken met gebrek aan ervaring in deze specialisatie. Er zijn evenwel goede contacten met de Dienst Monumentenzorg en stadskernvernieuwing van de stad Brugge en met het Agentschap R-O Vlaanderen, Onroerend Erfgoed. Wat de integratie van archeologie en geschiedenis betreft, zijn er nauwe banden met de Openbare Bibliotheek en het Stadsarchief.
Vanuit het stadsarchief startte enkele jaren geleden bovendien het project huizengeschiedenis, dat aandacht besteedt een het bouwhistorische aspect en de bewoningsgeschiedenis van Brugse huizen. Het huizenonderzoek kenmerkt zich als interdisciplinaire wetenschap, waarbij historici, kunsthistorici, bouwhistorici en archeologen de handen in elkaar slaan.

Citation KeyHillewaert:2007e
VerantwoordelijkeVAMEELS