Mechelen en de stedelijke dienst archeologie

TitelMechelen en de stedelijke dienst archeologie
PublicatietypeTijdschriftartikel
Publicatiejaar2007
AuteursRobberechts, B, Troubleyn, L, Ribbens, R, Kinnaer, F
Titel van het tijdschriftMonumenten, Landschappen & Archeologie
Volume of jaargang26
Nummer binnen de jaargang2
Begin en eindpagina's35-47
TrefwoordenStadsarcheologie
Samenvatting

Het VIOE , en zijn voorganger I.A.P., verrichten sinds 1995 archeologisch onderzoek in Mechelen. Het gaat doorgaans om grootschalig onderzoek, zoals op de zoutwerf (1995-1997 en 2002), bij de Noker (1997-1998), het Onze-Lieve-Vrouwzoekenhuis (2000) en de voormalige boruwerij Lamot (2001).
Met de opgravingen op de Grote Markt in 2001 begon een periode van nauwe samenwerking tussen het IAP en de stad Mechelen. Vandaag verleent het VIOE nog ondersteuning in de vorm van wetenschappelijke expertise.
De Mechelse Vereniging voor Stadsarcheologie begon in 2002 met een systematsich muurarcheologisch, archeologisch en historisch onderzoek naar de bouwevolutie van enkele woningen in het Paardenstraatje. In 2006 verscheen de 4de eeditie van Opgetekend Verleden, het jaarboek van de MVSA.
Met de opgravingen op de Grote Markt (2001-2002) en de Veemarkt (2002) deed de Stad Mechelen een eerste stap in de richting van de uitbouw van een eigen archeologisch werking. Kenmerkend voor het Mechelse onderzoek is de grootschaligheid. Aanleiding voor het archeologisch onderzoek was de bouw van twee grote ondergrondse parkeergarages en de heraanleg van beide marktpleinene. De archeologen kwamen tot de vaststelling dat de Grote Markt van de 12de tot de 15de eeuw niet het open plein was zoals we dat vandaag kennen, maar eerder een kruispunt van wegen. In de noordoostelijke hoek van het plein werden de resten opgegraven van het Steen, een gebouw dat in de 14de eeuw gebruikt werd als gevangenis.
In de Zakstraat, de Befferstraat en de Reuzenstraat bleek archeologisch onderzoek ook noodzakelijk . Het onderzoek (2003-2004) werd uitgevoerd in twee fasen. In een eerste fase werd een muurarcheologisch onderzoek uitgevoerd. Daarbij werden ondermeer een hele reeks muurnissen ontdekt. In een tweede fase, werden de ondergrondse resten blootgelegd van een aantal gebouwen uit de 13de tot de 19de eeuw.
In de loop van 2004 werd de Mechelse stedelijke dienst Archeologie een feit. Dankzij de inspanningen van het stadsbestuur en met behulp van andere diensten en het VIOE groeide de dienst Archeologie als snel uit tot een voorbeeld voor andere middelgrote steden.
Opgraving in de begijnenstraat (2005). Op deze locatie bevond zich in de middeleeuwen het Spijker, een gebouw uit de 14de eeuw waarvan bovengronds og een zandstenen gevel bewaard was.. Bij de opgravingen werden ondermeer ook de resten gevonden van een gebouw uit de 13de eeuw en van het refugium van Heylissem dat uit de 16de eeuw dateert.
Een eerste synthese van de resultaten op de Grote Markt en de Veemarkt kwam er in 2003 met Het Ongeschreven Mechelen. In 2007 verschijnt het boek Het Steen en de burgers, onderzoekvan de laat-middeleeuwse gevangenis van Mechelen. Dat dit boek pas 5 jaar na het einde van de werken verschijnt heeft enerzijds te meken met de onophoudelijke reeks opgravingen en anderzijds met de enorme hoeveelheid vondstmateriaal die de medewerkers te verwerken kregen.
Recent onderzoek - Het Minderbroederklooster.
In 2005 ging ene team olv projectarcheoloog Raf Ribbens van start met een grootschalig onderzoek op het voormalig kloosterdomein.
Een vliet - rond 1270 aangelegd gedempt in 1306 voor de bouw van de nieuwe kerk
Het eerste klooster - vroege 13de eeuw - pandgang - 25 skeletten - Minderboreders
Een groeiende kloostergemeenschap - nieuw kloooster - 14de eeuw- 150 begraven minderbroeders en leken - verschillend geörienteerd.
Van de verwoestingen in de 16de eeuw werden weinig sporen teruggevonden.

Citation KeyRobberech:2007a
VerantwoordelijkeVAMEELS