Stadsarcheologie in Antwerpen

TitelStadsarcheologie in Antwerpen
PublicatietypeTijdschriftartikel
Publicatiejaar2007
AuteursVeeckman, J. Bellens, T
Titel van het tijdschriftMonumenten, Landschappen & Archeologie
Volume of jaargang2007
Begin en eindpagina's48-57
TrefwoordenStadsarcheologie
Samenvatting

Gedurende de voorbije decennia kende de stadsarcheologie een belangrijke verschuiving in werking, doelstellingen en organisatiestructuur. Een eerder wetenschappelijke, museale invalshoek evolueerde naar een beheersmatige aanpak en dit vanuit de relatie met het ruimtelijk beleid van de stad. Binnen dit veranderend kader bleef de belangrijkste bekommernis zoveel mogelijk informatie over het verleden van het stedelijk grondgebied te verzamelen en te synthetiseren, op basis van materiële resten. Bij de opmaak van een chronologische bibliografie van de stedelijke afdeling archeologie over de laatste dertig jaar kwamen de samenstellers in 2004 tot meer dan 400 publicaties, als bewijs van de actieve en vruchtbare onderzoeksactiviteit.
De ontwikkeling van de antwerpse stadsarcheologie.
In 1952 start in Antwerpen het eerste systematisch stadsarcheologisch onderzoek langsheen de Scheldekaaien. Gedurende een decennium onderzoekt Van De Walle respectievelijk het Steen en de onmiddelijke omgeving daarvan, de site van de verdwenen Sint-Walburgiskerk en een zone met woningen in het noordelijk deel van de middeleeuwse nederzettingskern. De resultaten zijn spectaculair. Vooral de goed bewaarde middeleeuwse houtstructuren spreken tot de verbeelding. De wetenschappelijke verwerking en de interpretatie van de opgravingsgevens blijven echter beperkt tot een aantal syntheseartikels. Een volledig opgravingsrapport wordt nooit gepubliceerd. Begin jaren '60 van de 20ste eeuw valt het Antwerps stadsarcheologisch onderzoek stil. Na de detachering van één arbeider voor de archeologische opvolging van enkele grote infrastructuurwerken betekent de aanstelling van een archeoloog in 1975, naar aanleiding van de bouw van een grote parkeergarage in de middeleeuwse stadskern, een fundamentele stap naar een stedelijke archeologische dienst. Zoals in enkele andere steden staat het onderzoek volledig in functie van noodingrepen naar aanleiding van kleinere en grotere bouw- of infrastructuurpojecten, waarbij de onderzoeksactiviteit zich meestal beperkt tot de historische stadskern.
Het geplande onderzoek in de Onze-Lieve-Vrouwkathedraal , gestart in 1987 en voorafgaand aan de tweede fase van de restauratie vormt een keerpunt : voor het eerst worden in Antwerpen structureel tijd en middelen voorzien voor archeologie.
De overzichtstentoonstelling Blik in de bodem zet in 1992 met meer dan 20.000 bezoekers het begrip stadsarcheologie op de kaart.
Van onderzoeks- naar beheersarcheologie
Rond de milleniumwende is de archeologie toe aan een fundamentele heroriëntering. Gezien de beperkte middelen dient een beheersmatige aanpak ontwikkeld te worden, die toelaat om keuzes te maken en prioriteiten te stellen. Alle bedreigd bodemarchief ook effectief onderzoeken lijkt onmogelijk, gezien de intensieve verstoringen ten gevolge van stedelijke uitbreidingen, ontwikkeling van industriegebieden en grootschalige infrastructuurwerken.
In Antwerpen bleef het (weinige) bouwhistorisch onderzoek te danken aan enkele gedreven verenigingen. In de nabije toekomst is er de intentie een grotere synergie tussen boven- en ondergronds onderzoek te ontwikkelen en een verdere verankering van de archeologie in het ruimtelijk beleid te realiseren.
Een greep uit de onderzoeksresultaten.
Het belangrijkste onderzoek naar het ontstaan van de middeleeuwse stad vormde tegelijk het startpunt van het Antwerps stadsarcheologisch onderzoek. Alhoewel in de laatste decennia de nadruk vooral op noodonderzoek lag en de mogelijkheden tot strategische keuzes in functie van een inhoudelijke vraagstelling beperkter werden, werd meermaals aanvullende informatie op het onderzoek van Van de Walle opgetekend.
Kerken in de kijker
Kerken vormen de emanatie van een belangrijk deel van de geesteswereld van onze voorouders en nemen daarnaast een cruciale plaats in bij de ontwikkeling van het stedelijk weefsel, waarbij ze vaak als ankerpunt fungeren. In de voorbije decennia droeg de Antwerpse Stadsarcheologie sterk bij aan de kennis over het ontstaan en de ontwikkeling van de verschillende religieuze instellingen, onder meer de Onze-Lieve-Vrouwkathedraal, Sint-Pauluskerk en klooster, Sint-Augustinuskerk, de voormalige Sint-Michielsabdij, maar ook het bisschoppelijk paleis, oorspronkelijk refugium van de abdij van Hemiksem.
Het onderzoek in de Sint-Pauluskerk leverde heel wat informatie over grafritueel en doodsgebruiken. Vooral uit de 18de eeuw werden talrijke elementen verzameld : van religieuze textilia uit de graven van geestelijken, over zowel religieuze als eerder heidensegrafgiften, waaronder munten, kammen, schapulieren en rozenkransen, tot informatie over grafkelders en doodskisten.
Aan de achterzijde van de Sint-Augustinuskerk, waar het 17de eeuws kloosterpand stond, bleek een grote grafkelder te zitten met daarin de resten van de 18de eeuwse augustijnen. Onder de vloer van de grafkleder bevonden zich oudere kloostergraven. Bij het onderzoek in de kerk kwamen, naast graven en grafkelders, resten van die bebouwing aan het licht en tot grote verwondering van de opgravers ook het afval van een majolicabakker.
Materiële cultuur en dagelijks leven.
Het afval dat onze voorouders wegwierpen vormt een uniek bron van informatie over het toemalig dagelijks leen. Tot het einde van de middeleeuwen werden hoofdzakelijk (op het eigen perceel ?) kuilen gegraven waarin de huishoudelijke resten en afgedankt huisraad werd gestort. Behalve relatief goed dateerbare vondstcomplexen geven dergelijke afvalkuilen een mooi beeld van (een deel van) het gangbare huisraad uit een bepaalde periode.
Parallel met de verstening van de stad komt ook het gebruik van bakstenen afvalputten in zwang. Ook deze afvalcontexten zijn een boeiende bron die verschillende aspecten van het dagelijks leven belichten, alhoewel het beeld hier vaak vertroebeld wordt door residuele vondsten of door de chronologische vork die het chronologisch materiaal uit de beerput vertegenwoordigt. De studie van deze vondstcomplexen gebeurde regelmatig ism de archeologieopleidingen aan onze verschillende universiteiten, waar ze een dankbaar onderwerp voor eindverhandelingen vormden.
Behalve artefacten bevatten de afvalcontexten ook talrijke ecofacten die ons op hun beurt inlichten over de ecologie van de omgeving of het dieet van onze voorouders.
Ambachtelijke activiteiten
Archeologie is een rijke, diverse en originele bron voor informatie over tal van ambachtelijke activiteitne.
Behalve gegevens over het geproduceerde en het productieproces geeft het afval ook een kijk op de verspreiding van goederen op de markt en de evolutie daarin. In de loop der jaren werden in Antwerpen van tal van ambachtelijke of industriële activiteiten de archeologisch overgeleverde resten opgegraven.
In de volle middeleeuwen en de 16de eeuw waren beenbewerkers in Anwerpen actief. In de Schoytestraat werden de resten van een kleinschalige productie van oorlepeltjes en tandenstokers aangetroffen.
Archeologische gegevens over de nochtans zeer belangrijke textielindsutrie zijn zeldzaam.
Van leerbewerkers en/of schoenmakers werd dan weer tal van resten verzameld, ondermeer uit een laat-middeleeuwse ophogingslaag op de Grote Markt en recent uit een poel die vlak buiten de middeleeuwse stadswal lag.
Pottenbakkerijen spelen vaak een belangrijke rol in het onderzoek naar de materiële cultuur van onze voorouders.
Voor de late middeleeuwen is vooral de pottenbakkersindustrie die zich aan de zuidzijde van de toenmalige stad bevond van groot belang vor de gegevens over de lokale aardewerkmarkt. bij een bouwproject in de Korte Ridderstraat werd in 1987 een grote hoeveelheid pottenbakkersafval en misbaksels gevonden.
Voor Antwerpen was de 16de eeuwse majolicaproductie van uitzonderlijk belang. Het stadsarcheologisch onderozek leverde in de voorbije jaren een rijke oogst aan voorwerpen in majolica, maar ook belangrijke informatie over de productie. Ondertussen werden twee ovens opgegraven en kwamen ook op andere plaatsen afval en misbaksels aan het licht.
Reeds in de 16 de eeuw speelde Antwerpen een cruciale rol in de import en de productie van suiker. De productietechniek is verantwoordelijk voor grote hoeveelheden industrieel ceramisch afval. op verschillende plaatsen in de Antwerpse binnenstad werden grote hoeveelheden van dergelijke suikertrechters en strooppotten bij archeologisch onderzoek aangetroffen, varierend in datering van de 16de tot de 19de eeuw.

Citation KeyVeeckman:2007a
VerantwoordelijkeVAMEELS