Stadsarcheologie in Maaseik

TitelStadsarcheologie in Maaseik
PublicatietypeTijdschriftartikel
Publicatiejaar2007
AuteursHeymans, H, Neskens, A
Titel van het tijdschriftM&L. Monumenten, Landschappen & Archeologie
Volume of jaargang26
Nummer binnen de jaargang2
Begin en eindpagina's58-66
Trefwoordenstadsarcheologie
Samenvatting

De historische informatie over Maaseik in de middeleeuwen is goed gedocumenteerd. Voor de oudere periodes is men echter aangewezen op archeologisch onderzoek, wat niet vanzelfsprekend is in een kleine stad als Maaseik, die anno 2007 slechts 24.000 inwoners telt. Toch is men erin geslaagd om in 1984 als eerste stad in Limburg een stadsarcheoloog aan te werven. Vanaf 1985 kreeg de stadsarcheoloog/conservator een aantal personeelsleden toegewezen voor de goede werking van het museum en de archeologische opgravingen.
Terugkijkend op meer dan 20 jaar stadsarcheologie in Maaseik kan men stellen dat het onderzoek zich grotendeels beperkte tot noodonderzoek op kleine percelen die vrijkwamen voor bebouwing in de histrosiche stadskern. Vermeldingswaard zijn ondermeer de opgravingen in 1990 in het oud Capucijenenklooster. Hierbij werd een beerput leeggemaakt met ceramiek en glazen vondsten uit de 16de , 17de en 18de eeuw. In 2000 werden bij werken op de markt twee oude kelders in mergel gevonden. In 1990 werden de grondvesten van de middeleeuwse Hepperpoort vrij gelegd. Naast deze noodopgravingen zijn er in Maaseik ook een aantal grootschalige projecten uitgevoerd. Zo kon er in 1985-1986 onderzoek verricht worden naar het voormalige capucinessen- of Sionklooster. Stadsarcheologie beperkt zich niet tot archeologie binnen de stadsmuren, maar kijkt ook naar de regio waarbinnen die stad zich heeft ontwikkeld.
Een recente realisatie : kloosterbempden.
De vondsten die mogelijk te relateren zijn aan het pleinbegijnhof en het agnetenklooster zijn ondermeer een rechthoekig gebouw, een grachtstructuur, een greppel en enkele waterputten. Het materiaal uit de kuilen die tegenhet gebouw aanliggen en welke brandsporen vertonen geven de duidelijke datering weer van de ingebruikname van het gebouw in de 13de eeuw en de brand in 1482. Ten noorden van dit gebouw werd een waterput aangetroffen die uit dezelfde periode dateert. In de houten waterput lag een houten emmer met ijzeren beslag , gedeeltelijk beschadigd, en wat scherven die dateren uit de 14de -15de eeuw. De gracht is verschillende eeuwen in gebruik geweest voor het dumpen van voedselresten en gebruiksaardewerk en het puin van het verwoeste klooster. Een opmerkelijke vondst was een oxiderend gebakken kaarsenbak met een groene laag loodglazuur. Het meest bijzondere voorwerp uit dit geheel was zonder twijfel een zogenaamde Agnus Dei uit de 15de eeuw;
Een waterput met tinnen servies. Het uitgebreid assortiment betreft een kan, 24 borden van diverse afmetingen, enkele fragmenten van tinnen borden en tot slot een kleine pot met deksel. In de rand van twee borden zijn de stempels van de tingieter bewaard gebleven. Deze stempels zorgen voor een datering op het eind van de 15de eeuw, hetgeen wordt bevestigd door de typologische kenmerken van de tinnen kan. Dit alles laat vermoeden dat in 1482, toen het agnetenklooster geteisterd werd door een hevige brand, deze kostbare bezittingen in de waterput werden gedumpt, met de bedoeling ze naderhand te recupereren.
Vauban . Op 15 mei 1672 zou Maaseik volgens de historische teksten veroverd zijn door de Franse troepen; diezelfde maand werd er gestart met de aanleg van versterkingen volgens de plannen van Vauban. Deze muren zouden echter maar 3 jaar dienst hebben gedaan, waarna het geheel werd gesloopt.Lang werd volgehouden dat deze versterking nooit in de praktijk werd uitgevoerd. In de zoemr van 2005 kon de archeologie hierover uitsluitsel geven. Op het terrein van Kloosterbempen werd er een duidelijke vijfhoekige binnenconstructie van Vauban aangetroffen.
Een leerlooierij. Volgens historische teksten was er in de 18de euw een leerlooieri gevestigd buiten de wallen van Maaseik. Tijdens de zoemr 2055 werden van deze leerlooierij 28 puttten ontdekt inhet noordwesten van het terrein Kloosterbempden. De putten waren gevuld met mateiaal uit de 19de en zelfs de 20ste eeuw.
Bouwhistorisch onderzoek vormt een onmisbare schakel tussen historisch en archeologisch onderzoek. In 1992 werd het initiatief genomen voor een bouwhistorische inventarisatie van de bebouwing rond de historische markt van Maaseik. De concrete aanleiding voor dit onderzoek werd gevormd door de sloping van een huid, waarbij achter de gecementeerde 19de eeuwse gevel een laat-middeleeuws vakwerkhuis bleek schuil te gaan. De gevestigde opvatting dat Mideleeuws Maaseik door de 17de eeuwse stadsbranden geheel verwoest was, kreeg hiermee een ferme knauw

Citation KeyHeymans:2007a
VerantwoordelijkeVAMEELS, CAIKC