Archeologische opgraving Oostvleteren Veurnestraat (provincie West-Vlaanderen). Basisrapport.

TitelArcheologische opgraving Oostvleteren Veurnestraat (provincie West-Vlaanderen). Basisrapport.
PublicatietypeRapport
Publicatiejaar2016
AuteursBracke, M, Scheltjens, S, Wyns, G
OpdrachtgeverDe Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen; Westvlaamse Intercommunale
ReekstitelMonument Vandekerckhove Basisrapport
Nummer binnen reeks2016/14
Aantal pagina's295 + bijlagen
Datum2016
UitgeverMonument Vandekerckhove nv
PlaatsIngelmunster
Trefwoordenbegraving, brandrestengraf, erf, grafmonument, Hutkom, Spieker, veldhospitaal, zilversmid
Samenvatting

In het kader van de geplande inrichting van een bedrijventerrein langs de Veurnestraat in Oostvleteren (provincie West-Vlaanderen) voerde een archeologisch team van Monument Vandekerckhove nv van 5 mei tot en met 27 juni 2014 een opgraving uit op het terrein.
Tijdens de archeologische opgraving is de volledige oppervlakte van het plangebied met een omvang van ongeveer 3,8ha onderzocht, waarbij sporen en vondsten aangetroffen werden vanaf de steentijd tot en met de Tweede Wereldoorlog. Uit de steentijd dateren een tiental silexartefacten, waarbij mogelijk één in het mesolithicum kan gedateerd worden. Eén kuil kan op basis van het aardewerk en een bijkomende 14C datering gedateerd worden in de midden bronstijd. Het aardewerk valt vormtechnologisch te plaatsen op de overgang tussen de Hilversum-cultuur en het Deverel-Rimbury complex. Uit de vroege ijzertijd dateren enkele spiekertjes, een brandrestengraf en enkele kuilen. Typisch bij het vondstmateriaal is het gebruik van vingertopindrukken aan of op de rand. Veel sporen kunnen in de late ijzertijd en vroeg Romeinse periode gedateerd worden. Het gros van de sporen heeft betrekking op het funeraire aspect, waaronder twee vierkante enclos, zes brandrestengraven en vier mogelijke structuren met een rituele functie. Uit de vroeg Romeinse periode werd een grote drenkpoel met een rijkgevulde stortlaag aangetroffen. Op basis van het diverse vondstmateriaal (aardewerk, fibulae, spinschijfjes, …) kan de context scherp gedateerd worden tussen 30 en 70 n.C. Een vijftal brandrestengraven kunnen in de midden Romeinse periode geplaatst worden. Het gaat om een klein grafveld van vier graven en een eerder ‘geïsoleerd’ graf verderop. Opmerkelijk is de depositie van een volledig terra sigillata kommetje Dragendorff 36 en een volledige maalsteen in basaltlava centraal in een grachtvulling. Een echte bewoningskern met twee hoofdgebouwen, een bijgebouw, enkele spiekers, een waterput en diverse (artisanale) kuilen dateert in de late Merovingische en vooral Karolingische periode. Opvallend hierbij is een nieuwe bouwstijl bij de hoofdgebouwen door middel van drie centrale middenstaanders. Dit is een gebouwtype dat veelvuldig gekend is in de vroeg Romeinse periode maar niet uit de vroege middeleeuwen. Een erf met erfgracht dateert uit de volle middeleeuwen. Binnen een interne greppel werd een afvaldump achtergelaten die toebehoort aan een zilversmid. Diverse smeltkroesjes, mallen en metaalslakken werden hierbij aangetroffen. Twee 14C dateringen plaatsen de context tussen 950 en 1050 n.C. Binnen het erf werden nog enkele andere kuilen vastgesteld. Uit de late en postmiddeleeuwen zijn vooral grachten aangetroffen. Zowel uit de Eerste als de Tweede Wereldoorlog werden afvalkuilen aangetroffen van een Belgische/Franse medische veldpost. De kuilen bevatten divers medisch materiaal waaronder thermometers, spuiten, ampullen, medische flesjes in diverse vormen en formaten, …

Notities

Nummer opgravingsvergunning: 2014/179

Citation KeyBracke:2016aa
VerantwoordelijkeMB8