Granaatappels, een zeeëngel en rugstreeppadden - Een greep uit de inhoud van een van een bakstenen beerput uit het 15de eeuwse Raversijde (stad Oostende, provincie West-Vlaanderen)

TitelGranaatappels, een zeeëngel en rugstreeppadden - Een greep uit de inhoud van een van een bakstenen beerput uit het 15de eeuwse Raversijde (stad Oostende, provincie West-Vlaanderen)
PublicatietypeTijdschriftartikel
Publicatiejaar1999
AuteursPieters, M, Bouchet, F, Cooremans, B, Desender, K, Ervynck, A, Van Neer, W
Titel van het tijdschriftArcheologie in Vlaanderen
Volume of jaargang5
Begin en eindpagina's193-224
Trefwoordenarcheobotanie, archeozoölogie, beerput, landelijke archeologie, vis
Samenvatting

Inleiding : studie uitgevoerd vanuit interdisciplinair perspectief
Confrontatie van vanuit verschillende onderzoeksvelden bekomen interpretaties omtrent het functioneren van de structuur, de socio-economische interpretatie van de structuur en landschapsreconstructie.
Een van de eerste vragen bij dit soort structuren is tafonomisch van aard m.a.w. welk soort afval kwam er tijdens de gebruiksfase in terecht. Puur als toilet gebruikt of zoals vaak aangetoond tijdens archeologisch onderzoek als toilet en afvalput ? Indien dit laatste het geval is dient ook nagegaan te worden welk soort afval precies in de latrine terechtkomt.
Met dit onderzoek wordt uitvoerig aandacht besteed aan een beerput die - gezien het haast volledig ontbreken van tijdens de opgraving handmatig gerecupereerd mobiele vondsten- vermoedelijk in vele gevallen niet zou worden bestudeerd, laat staan gepubliceerd, en dit volledig ten onrechte. De meeste van de onderzochte beerptten situeren zich in stedelijke context en bevatten meestal grote hoeveelheden goed bewaard vondstenmateriaal dat een uitvoerige studie aantrekkelijk maakt.
Het zijn op vele sites immers de enige contexten die vondsten in hout, leder en textiel opleveren. . Aan het "ontbreken van " wordt bij archeologisch onderzoek echter niet altijd evenveel aandacht besteed.
Beerput gesitueerd in landelijke context , waarvan de eerste onderzoeksresultaten aantoonden dat deze hoewel niet rijk , toch een zekere welstand vertoonde. De vraag hierbij is in hoever het onderzoek van deze beerput dit beeld verder kan aanvullen of misschien zelfs tegenspreken
De bakstenen waterput 546
Situering, stratigrafie en bemonstering
De bakstenen constructie
De mobiele archaeologica : het bovenste opvullingspakket - de primaire opvulling van de latrine - het muurwerk
Interpretatie en vergelijking met structuren met een gelijkaardige functie
Socio-economische interpretatie : woning toe te schrijven aan één van de socio-economisch beter gesitueerden van de reeds onderzochte zone te Raversijde
Naast de socio-economische situering van dit gebouw met latrine binnen het reeds onderzochte deel van walraversijde zelf , ligt het ook voor de hand om kort even na te gaan waar en wanneer dit soort structuren elders in Vlaanderen en ook daarbuiten worden aangebracht. M.a.w. is een 15de eeuwse bakstenen latrine op het Vlaamse platteland eerder de regel dan wel uitzondering ?
Wat de middeleeuwse rurale bewoning in Vlaanderen betreft is met uitzondering van kloosters en abdijen, kastelen en sites met walgracht zeer weinig informatie voorhanden, zeker met betrekking tot de specifieke vraag of in steen geconstrueerde latrines al dan niet tot de materiële cultuur van de bewoners behoorden.
Voor de steden is meer archeologische informatie voorhanden, zeker in de buurlanden.
Opmerkelijk is de afwezigheid van mobiele archeologica, behalve een handvol scherven werden vooral speldjes, enkele veteruiteinden, stukjes glas en twee dobbelsteentjes aangetroffen.
Allemaal uit zeefstalen afkomstig, bij manueel uithalen geen vondsten opgemerkt.
Dat een beerputvulling arm of haast steriel is aan mobiele archeaologica, lijkt uitzonderlijk.
De vraag stelt zich echter wel of het ontbreken van beeprutten zonder noemenswaardige hoeveelheid archeologisch materiaal niet voor een deel te wijten is aan het feit dat dergelijke putten niet of minder werden onderzocht.
Het verschil tussen stad en platteland is één van de te onderzoeken variabelen. Het verschil in vulling en gebruik is echter niet eenvoudig te herleiden tot een verschil tussen stad en platteland. Enkele jaren geleden werden bv. ook een aantal 16de eeuwse beerputten onderzocht die ook relatief weinig vondsten bevatten ondanks hun situering binnen stedelijk milieu. De inhoud van deze beerputten is echter nog niet in detail bestudeerd.
Het is niet onmogelijk dat beerputvulligen het resultaat zijn van verschillende gebruiksfasen met een enigszins verschillend karakter : toilet of toilet/afvalput of afvalput.
Als deze verschillende gebruiksfasen mekaar snel opvolgen is het niet uit te sluiten dat de afzettingen van deze verschillende fasen volledig vermengd raken gezien het vloeibaar karakter van ene aantal van deze. Ook kan een plotse dichting van de structuur de aanwezige stratigrafie grondig verstoren.
Plantenresten
Parasieten
Resten van loopkevers
Visresten
Resten van overige dieren : tafonomie , consumptiepatronen, ecologische interpretatie
Synthese en discussie
Functionele analyse : Specifiek afvalverwerkingspatroon , enkel kleine, snel verteerbare visbotten werden in de beerput geworpen. Twee motieven kunnen meespelen : men wou inhoud van de beerput recycleren voor een ev. moestuin of men wou verhinderen dat hij al te vlug vol zou raken met allerlei , niet verterend grog afval. Deze specifieke afvalverwerking maakt deze vulling dan ook minder geschikt voor een analyse van het voedingspatroon van de gebruikers.
Socio-economische situering :
Een kort overzicht van de verspreiding van middeleeuwse latrines laat enigzins vermoeden dat dergelijke structuren niet tot de standaarduitrusting behoorden van de laatmiddeleeuwse rurale bewoning in Vlaanderen. Om dit hard te maken dient echter nog heel wat meer archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd.
Plantenresten geven een zekere welstand aan.
Dierlijk materiaal belicht enkel consumptie van vis
Toenmalig landschap :
Bij wilde planten totaal uiteenlopende landschappen vertegenwoordigd hetgeen een grote antropogene impact aangeeft en tot grote voorzichtigheid aanmaant bij interpretaties.
Insectenmateriaal vooral afkomstig uit cultuurland.

Citation KeyPieters:1999aa
VerantwoordelijkeAERVYNCK, VAMEELS, SVANDEVOORDE, CAI LLAPON