Oostende: Stadsvernieuwing en archeologie. Een balans van 10 jaar archeologisch onderzoek van het Oostendse bodemarchief

TitelOostende: Stadsvernieuwing en archeologie. Een balans van 10 jaar archeologisch onderzoek van het Oostendse bodemarchief
PublicatietypeBoek
Publicatiejaar2005
AuteursPieters, M, Schietecatte, L, Zeebroek, I, Van Neer, W, Caluwé, D, Cooremans, B, Deforce, K, Demerre, I, Eeckhout, J, Ervynck, A, Gevaert, G, Hollevoet, Y, Kightly, C, Tys, C, Vandenbruaene, M, Vanhoutte, S, Van Neer, W
Aantal pagina's136
PlaatsOostende
Trefwoordenafvalput, archeozoölogie, beerput, fundering, stadsarcheologie, tonput, waterput, woning
Samenvatting

Archeologie in Oostende
Samenwerking tussen Stad Oostende en het VIOE pas gestart in 1994, met uitgraving voor bouw parking Mijnplein.
Bij de aanvang van de bouw van de ondergrondse parkeergarage onder de Visserskaai werden de nodige archeologische waarnemingen verricht. Als een soort uitbreiding werden in het najaar van 1999 en in het voorjaar van 2000 nog een aantal kleinere archeologische onderzoeken uitgevoerd : op het Vissersplein, tussen de Petrus-en Pauluskerk en de 'Peperbusse' en op een perceel langsheen de Sint-Franciskusstraat. Het meest recente en vanuit archeologisch standpunt best georganiseerde project in het stadscentrum was een dubbelproject , de bouw van de ondergrondse parkeergarage onder het Monacopleinen langs de Van Iseghemlaan. Met het onderzoek van de zone tussen de Van Iseghemlaan en de Langestraat (december 2003-oktober 2004) werd voor het stadsarcheologisch onderzoek in Oostende immers een primeur gerealiseerd. Voor het eerst voldoende tijd en middelen ter beschikking. Naast deze drie grotere opgravingsprojecten en de onderzoeken in de buurt van de Visserskaai, zijn er ook een hele reeks archeologische werfcontroles uitgevoerd. Ook deze leverden regelmatig bruikbare informatie op voor een beter inzicht in het verleden van de stad. Een laatste categorie bestaat uit opgravingsprojecten die gesitueerd zijn buiten de historische stadskern zoals de onderzoeken langs de Elisabethlaan, in Raversijde en te Zandvoorde.
Ontstaan van de kustvlakte en de vroegste bewoning
Het onstaan van de stad Oostende
Van vestingsstad tot 'stad aan zee'
Romeinse vondsten in het Oostendse
Romeinse en middeleuwse bewoning in Zandvoorde
Vissers, piraten en handelaars in Walraversijde, van de 13de tot de 16de eeuw
In het voorjaar van 1992 startte het IAP een archeologisch onderzoek te Raversijde. Tot dit onderzoek was de over de vissersnederzetting Walraversijde beschikbare informatie vooral afkomstig van de archeologische site op het strand van Raversijde. De gegevens hadden vooral betrekking op de nederzetting in de periode 13de /14de eeuw. De resten van die fase liggen nu grotendeels onder het zand van het strand en de duinen verborgen. Deze strandsite verdient eigenlijk een hernieuwde studie die alle informatie samenbrengt en herbekijkt. Niemand kon in 1992 vermoeden dat het bodemarchief van de vissersnederzetting uit de 15de /16de eeuw achter de duinen nog zo goed bewaard zou zijn en zoveel informatie zou opleveren. De natte kalkrijke polderklei had voor zeer goede bewaringsomstandigheden voor allerlei organisch materiaal gezorgd en de schaal van het onderzoek (1,5 ha) laat toe terugkerende fenomenen in het bodemarchief te herkennen. De bekomen informatie krijgt immers maar zijn volle betekenis wanneer inderdaad kan achterhaald worden of iets de regel, dan wel de uitzondering is. Een tonwaterput gemaakt met hout uit Polen is bv een gans ander verhaal dan 80 tonwaterputten gemaakt met hout uit ....
Het onderzoek van de materiële bronnen van deze site leverde een nieuw beeld van de laatmiddeleeuwse vissersmilieus in Vlaanderen op. Het belangrijkste dat over het onderzoek gezegd kan worden is dat bijna elk aspect van het onderzoek - en in het bijzonder de ontdekking van de grote huizen en de grote hoeveelheden luxegoederen- het idee dat het middeleeuwse vissersdorp Walraversijde een 'arm vissersdorp' was compleet verbannen heeft.
De site 'Walraversijde' is een bijzonder interessante en belangrijke site. In de eerste plaats doordat er systematsch, uitzonderlijk nauwgezet en reeds gedurende een ongewoon lange epriode onderzoek is uitgevoerd. Vele vondsten konden bestudeerd en geanalyseerd worden door een uitzonderlijk groot aantal internationale experts, elk gespecialiseerd in een ander vakgebied. In feite is het hele project vanaf het begin een voorbeeld geweest van samenwerking tussen specialisten voor het bereiken van een gezamenlijk doel : een beter inzicht in het middeleeuwse Walraversijde. Ten tweede heeft, zoals reeds vermeld, de natuurlijke omgeving ervoor gezorgd dat de middeleeuwse voorwerpen uitstekend bewaard zijn gebleven, met als resultaat dat de vondsten talrijk en zeer divers zijn. ten derde werd de site gedurende een relatief korte en welomlijnde periode bewoond , van ongeveer 1400 tot de late 16de eeuw ten laatste - en werd hij nadien vrijwel ongemoeid gelaten. Daardoor is het mogelijk de vondsten vrij precies te dateren. Voor archeologisch onderzoek van andere maritieme of middeleeuwse milieus kan het belang van Walraversijde niet overschat worden.

Het laatmiddeleeuwse en vroegmoderne Oostende

Sporen van bewoning tijdens de 15de /16de eeuw op het Mijnplein : oud wegdek, beerputten en waterputten, bij drie putten velg van karrewiel gebruikt, info omtrent karren
Sporen van bewoning in de 15de / 16de eeuw in de zone tussen de Van Iseghemlaan en de Langestraat : ploeglaag, gracht, kelders, waterput in kelder,
Glasvondsten
Een grote verscheidenheid aan importen
Over ploaten en andere Oostendse vissen : De drie geschetste consumptiecontexten hebben gemeen dat ze duidelijk niet uit de rijkere klasse binnen de laatmiddeleeuwse stedelijke bevolking komen. Onderling zijn er wel beduidende verschillen, die op het eerste zicht niet makkelijk te verklaren zijn . Gaat het simpelweg om gradaties in koopkracht ? Spelen culinaire keuzes misschien een rol ? Zijn de onderzochte contexten misschien beïnvloed door seizoensvariaties in de visaanvoer ? Meer onderzoek zal dit moeten uitwijzen maar, in elk geval is nu reeds dudielijk dat er een groot aantal ocntexten zal nodig zijn om een globaal beeld van de visconsumptie in het vroegere Oostende te krijgen.
De studie van zaden en vruchten
Onderzoek van darmparasieten
Het Grote Beleg van Oostende (1601-1604)
Sporen van de Oostendse bolwerken : Op drie plaatsen in de stad werden sporen van de versterkingen rond OOstende aangesneden : op de site "VIsserskaai" , op de site "Monacoplein" en op de site "Van Iseghemlplein"
Sporen van het grote beleg buiten de stadskern : Het beleg van Oostende en de militaire verrichtingen in de analoop ernaar hebben niet alleen sporen opgeleverd binnen de huidige stadskern van OOstende maar ook tot ver erbuiten. In de eerste plaats moet hierbij gedacht worden aan de dubbele gordel van omsingelingsforten rond de stad en de talrijke graafwerken die in het kader hiervan zijn uitgevoerd maar ook bijvoorbeeld aan de slag bij Nieuwpoort. Van deze forten is tot nog toe enkel het Isabellafort systematisch archeologisch doorgelicht.
Mortieren, mortierbommen en handgranaten : beschrijving toepassing, techniek
Kanonballen
Een fragment van een kanonsloop
Musket - en musketonkogels
Kruitmaten
Speerpunten van pieken
Fragmenten van twee zwaarden
Een lederen emmer gebruikt tijdens het beleg van Oostende : Lederen emmers worden bij opgravingen zelden aangetroffen ; het ecemplaar uit OOStedne dateert van de eerste jaren van de 17de eeuw en is dan ook een belangrijke bron voor de kennis van dit soort objecten. Twee 18de eeuwse lederen emmers werden aangetroffen in een waterput opgegraven in de kapel van het Heilig Kruis van de vroegere Sint-Donaaskathedraal te Brugge. Het betreft wellicht brandweeremmers. Ook de emmer van OOstende zou kunnen gebruikt zijn om branden te blussen. Lederen hengsels werden o.a. ook reeds in Wlaraversijde en in Zierikzee (Nl) aangetroffen.
Menselijke skeletten in de stad
De skeletten van de site Van Iseghemlaan
De studie van menselijke skletresten of fysische antropologie
Opnieuw beginnen . Sporen van de stad uit de periode 17de - 19de eeuw
Sporen van het herstel en de uitbreiding van de vestingen na het beleg
Sporen van het opnieuw inpolderen
Een complexe houten structuur onder het Monacoplein : Beschrijving van de constructie, palen en balken, schematische voorstelling, ouderdom ongekend, , aanlegsteiger, brug of constructie bastion naar een ravelijn ? Andere elementen zoals manier van assemblage, bewerkingssporen, houtsoorten moeten nog verder onderzocht worden.
De grenzen van de dendrochronologische dateringsmethode : de houten balken van het Monacoplein
Nieuwe woningen en hun bijhorende structuren : Op deiste aan de Van Iseghemlaan werden de grondvesten gevonden van 3 van elkaar losstaande bakstenen gebouwen die in verband stonden met de heropbouw van de stad na 1604. Op de site werden, behalve de bewoningsresten uit deze periode, ook waterputten, afvalkuilen, en één beerput aangetroffen.
15 houten tonwaterputten aangetroffen. opgebouwd uit gerecupereerde haring-, bier- of wijntonnen. Bepaalde merktekens keren regelmatis terug maar konden nog niet geïdentificeerd worden. Wel is geweten dat Ootende vanaf 1446 haar stadsmerk of roon op vaten mocht aanbrengen. Tonnen werden in de late Middeleeuwen en de vroegmoderne periode regelmatig als waterputbekisting gebruikt, vooral in kustgebieden.
Naast houten waterputten, leverden ook 12 bakstenen waterputten heel wat informatie op.
Een aantal afvalkuilen bevat materiaal uit de 17de tot de 19de eeuw. Een bakstenen put bewatte een zeer grote hoeveelheid ceramiek en glas uit de 17de eeuw.
Een succesverhaal : het onderzoek van stuifmeel uit beerputten
Een ivoren onderstel van een zakzonnewijzertje, aangetroffen op het Mijnplein
Fragmenten van eesttegels op het Mijnplein
Wordt vervolgd : De hier kort voorgestelde resultaten vertegenwoordigen slechts een fractie van de hsitorische informatie die nog in de Oostendse bodme schuilgaat. Daarom is het van het grootste belang dat ook alle toekomstige projecten die in de Oostendse bodem ingrijpen, de nodige kansen mogen bieden aan archeologisch onderzoek. Het bijgevoegde kaartje geeft alvast de zogenaamde archeologisch gevoelige zones in Oostende weer. Dit kaartje mag echter niet verkeerd geïnterpreteerd worden ! Ook buiten de aangeduide zones kan archeologische informatie aanwezig zijn, allen is de te verwachten dichtheid ervan groter in de aangeduide zones : oplettendheid blijft dus bij alle werken aangewezen.
Van veel van de in deze publicatie kort voorgestelde onderzoeken dient de detailstudie nog uitgevoerd te wordne. Zo wachten , naast duizenden visresten, ook vooral nog grote hoeveelheden ceramiek op verder onderzoek.
Kaart van Oostende met aanduiding van zogenaamde archeologisch gevoelige zones. Aangeduid zijn : de historische kern van Oostende, de forten Albertus, Isabella, Sint-Clara, Sint-Philippus en Wellington, De site Walraversijde, de middeleeuwse dorpskern van Mariakerke en Sint-Catharina.

Citation KeyPieters:2005a
VerantwoordelijkeAERVYNCK, MPIETERS, KDEGROOTE, VAMEELS,IZEEBROEK