Tonnen uit Raversijde (Oostende, prov. West-Vlaanderen): een goed gedateerd verhaal over water- en andere putten

TitelTonnen uit Raversijde (Oostende, prov. West-Vlaanderen): een goed gedateerd verhaal over water- en andere putten
PublicatietypeTijdschriftartikel
Publicatiejaar1999
AuteursHoubrechts, D, Pieters, M
Titel van het tijdschriftArcheologie in Vlaanderen
Volume of jaargangV
Begin en eindpagina's225-261
Trefwoordendendrochronologie, landelijke archeologie, tonput, waterput
Samenvatting

Uitvoerige presentatie van de tussen 1993 en 1997 opgegraven tonputten te Raversijde
49 tonputten opgenomen in de studie
Het zijn "eerste resultaten" omdat het heel goed mogelijk is en zelf in grote mate waarschijnlijk dat wanneer nog meer tonnen zullen onderzocht zijn, de nu nog niet dateerbare tonnen zullen kunnen wordne gedateerd en dat daarnaast nog heel wat dateringen zullen verfijnd worden.
Na het beschrijvende gedeelte volgen een aantal beschouwende hoofdstukken die de tonnen op zich, de tonnen als waterputbekisting en de tonnen als dateringsmiddel behandelen. De rijke archeologische en ecologische inhoud van de 49 behandelde tonputten is niet in onderhavige bijdrage opgenomen. Verder wordt ook niet ingegaan op de relatie van de diverse tonwaterputten met andere sporen en structuren waaronder vooral de gebouwen.
Ondertussen is het aantal onderzochtte tonputten verder aangegroeid tot 65.
Beschouwingen
De tonnen gebruikt te Walraversijde in de 15de eeuw : - Het hout - De tonnen - Tonnen als bron voor laat-middeleeuwse houthandel - Andere laatmiddeleeuwse en vroeg-postmiddeleeuwse tonnen -
Vermits de onderste gedeelten van waterputten over het algemeen zeer goed bestand zijn tegen de aantasting van het bodemarchief, worden dergelijke structuren vaak aangesneden en bestudeerd bij allerlei vormen van archeologisch onderzoek.
Bij deze onderzoeken komen ook regelmatig zgn "tonwaterputten" aan bod. Een vergelijkend onderzoek van een aantal van deze sites laat enkele bedenkingen toe, vooral wanneer volledige tonnen bewxaard zijn gebleven.
Het spreekt voor zich dat tonputten zeer regelmatig worden aantreoffen binnen een middeleeuwse stad als Brugge. De uitvoerige en gedetailleerde studie ervan moet echter meestal og worden uitgevoerd, waardoor ze hier enkel worden vermeld. In de jaarrapporten van de Stedelijke Archeologische Dienst wordt regelmatig de aanwezigheid van tonputten vermeld : houten tonwaterputten opde site Biekorf, op de site Kartuizerwijk, 18 tonwaterputten op de site Rijkepijnder, 9 tonwaterputten uit de 14de-15de eeuwse site op de Garenmarkt, 4 tonwaterputten op de site Willemstraat, enkele tonwaterputten uit de 14de - 15de eeuw op de site Spermalie, een tonput op de iste Baliestraat, verschillende tonwaterputten op de site 't Zand, enkele tonputten op de site Garenmarkt-Frajak. Ook in steden als Mechelen, Kortrijk en Oostende bv. worden soms tonputten aangetroffen. De meeste van deze putten werden door omstandigheden slechts summier onderzocht en/of vooralsnog niet uitvoerig gepubliceerd. Van de te Mechelen opgegraven tonnen zijn soms wat meer gegevens beschikbaar.
Enkele jaren geleden werde te Heist een aantal tonwaterputten (2de helft 14de - eerste helft 16de eeuw) aangesneden, in tegenstelling tot deze uit Raversijde zijn ze als afvalput herbruikt.
Voor een tonput uit de 15de - 16de eeuw onderzocht te Herk-de-Stad,, werden tonnen gebruikt die duidelijk groter waren dan de Raversijdse tonnetjes. Het gebruik van tonnen als waterputbekisting in de late middeleeuwen en vroege postmiddeleeuwen wordt regelmatig vastgesteld zowel in eigen land als in de omliggende landen. Het lijkt een geografische en chronologisch wijd verspreide techniek te zijn. Zoals de variatie aan tonnen aantoont kon men blijkbaar allerlei soorten tonnen als waterputbeschoeiing hergebruiken. Een systematisch onderzoek naar de geogrfische spreiding van de osorten tonnen zal waarschijnlijk streekgebonden verschillen aantonen.
Tonnen als waterputbekisting
De tonput als dateringsmiddel
De bijdrage van de dendrochronologie aan het archeologisch onderzoek - De Raversijde situatie
Synthese
Hout afkomstig uit verschillende subregio's binnen het Baltisch gebied. Voorlopig zijn deze niet precies te localiseren.
Op de kleine tonnetjes (100 à 150 liter) komen heel wat merktekens voor die voorlopig hun informatie nog niet vrijgeven. Het is immers niet duidelijk aan wie al deze merktekens moeten worden toegeschreven, noch wat ze precies betekenen. Over de oorspronkelijke inhoud van de tonnen blijft het voorlopig gissen, ook laligt het voor de hand gezien de context aan haring te denken. Een chemisch onderzoek van de duigen zou mogelijkerwijs soelaas kunnen brengen.
De Baltische oorsprong van het hout doet enkele vragen rijzen die evenmin reeds volledig zijn beantwoord. Betreft het hout dat als grondstof, als halfafgewerkt fabrikaat of als afgewerkt produkt , m.a.w. als verpakking, naar Vlaanderen is gebracht. De laatste laatste lijkt gezien de massale invoer van gepekelde haring door de Hanze de meest plausibele.
Uit een eerste overzicht van een aantal vooral in Nederland en in België onderzochte tonputten is af te ledien dat het gebruik van tonnen als waterputschacht een geografisch vrij algemeen verspreide techniek is die zeker niet beperkt is tot de kustgebieden. Verder onderzoek moet toelaten om eventuele regionale verschillen aan te tonen , o.a. in de soort ton die hergebruikt werd. uit idt korte overzicht is ook duidelijk dat allerhande tonnen geschikt zijn om als waterputschacht te fungeren. De levensduur van een dergelijke waterput is vermeodelijk niet al te lang, een (?) enkele (?) tiental(len) jaren. Het feit dat te Raversijde zo veel wterputten op een beperkte oppervlakte worden aangetroffen houdt waarschijnlijk eerder verband met de beperkte levensduur van deze levensnoodzakelijke voorzieningen en niet met één of andere waterverslindende activiteit.
De overschakeling op bakstenen waterputten is mogelijkerwijze niet alleen ingegeven door een technologische vernieuwing, maar houdt misschien ook verband met een gewijzigde organisatie van de drinkwatervoorziening : van individueel naar gemeenschappelijk.
Datering van deze tonputten algemeen gesproken goede chronologische indicatoren.

Citation KeyHoubrecht:1999aa
VerantwoordelijkeKHANECA, VAMEELS, CAI LLAPON