Stadsarcheologie

TitelStadsarcheologie
PublicatietypeBijdrage in boek
Publicatiejaar1999
AuteursLaleman, M
EditorArt, J
Titel van het BoekHoe schrijf ik de geschiedenis van mijn gemeente ?
VolumeDeel IV
Pagina's451-473
PlaatsGent
Trefwoordenstadsarcheologie
Samenvatting

Stadsarcheologie beoogt het totaliteitsonderzoek van de stad. Ze behandelt de materiële bronnen vanaf het ontstaan van de eerste prestedelijke nederzettingen op het grondgebied. Het gaat dus niet om een thematisch onderzoek van één periode, één site of een bepaald type van sites.
Elke intervantie, beperkt of grootschalig, vormt als het ware één onderzoeksvlak van het gehele opgravingsterrein dat de stad is. Het onderzoeksveld is dus veel uitgestrekter dan bij de meeste andere archeologische projecten. Stadsarcheologie is duidelijk een meerjarenproject. Hoe intensiever het onderzoeksobject kan worden behandeld, hoe concreter men de stadsgeschiedenis in haar veelheid kan reconstrueren.
Stadsarcheologie vraagt een permanente, actieve integratie in de hedendaagse stadsontwikkeling. De grootschalige projecten hebben de meeste uitstraling. Ze moeten evenwel worden aangevuld met tal van meer bescheiden interventies die in die globale vraagstellingscontext worden ingeschreven en zo op zijn minst een even betekenisvolle, aanvullende rol hebben.
Stadsarcheologie is in essentie een stedelijke opdracht. Elke stad heeft immers een eigen structuur, een eigen ontwikkeling, een eigen verleden en heden. De stad vormt het object van het onderzoek en de resultaten van de archeologiesche interventies komen in de eerste plaats aan de stadsgemeenschap zelf ten goede.
Het meot derhalve duidelijk zijn dat niet elke opgraving en ook niet elk archeologisch onderzoek in stedelijk milieu onder de noemer "stadsarcheologie" kan worden ondergebracht. In tal van steden was er een eenmalig onderzoek of werd een tijdelijk project gerealiseerd, zonder dat dit een plaats kreeg in een continu onderzoeksproces, wat juist eigen is aan stadsarcheologie.
In de meeste steden ontbreekt echter elke vorm van controle op het aantasten of vernielen van het bodemarchief.
In het geheel van de archeologische wetenschap vormt de stadsarcheologie een jonge specialisatie.
Ook in België kan het ontstaan van het archeologisch onderzoek in stedelijk milieu niet worden losgekoppeld van de algemene ontwikkeling die de Europse steden sedert de jaren '60 tekent. Overal in Europa kende de stadsarcheologie in de jaren '70 een ware explosie-. In diezelfde periode werden in Gent , Antwerpen en Brugge archeologische equipes aangesteld die tot op vandaag de enige 'echte' stadsarcheologische diensten zijn in dit land. België volgde echter niet de algemene ontwikkeling die de stadsarcheologie in de buurlanden kende. De rijkdom van het erfgoed evenals het wetenschappelijk potentieel dat in onze steden beschikbaar is, verschillen nochtans niet essentieel van wat in andere Europese steden voorkomt. Op het vlak van het beheer en de organisatie van de archeologie , evenals wat de maatschappelijke verankering betreft en de middelen die men voor archeologie ter beschikking stelt, dorstat België geen enkele vergelijking met de buurlanden. Op dat vlak is en blijft België het "arme broertje".
In een verslag over archeologie in België tussen 1954 en 1973, gepubliceerd in het Zeitschrift für Archäologie des Mittelalters van 1975, tipte A. Matthys aan dat opgravingen in stedelijk milieu eerder zeldzaam waren? De toestand sedert 1973 toont een volledig ander, dudielijk verscheiden beeld. Naast de reeds genoemde stadsarcheologische diensten, voeren ook andere instellingen zoals de regionale opgravingsdiensten, provinciale en gemeenstelijke diensten onderzoeksprojecten in stedelijk milieu uit. In dit opzicht kan bijvoorbeeld de betekenis onderstreept worden van het archeologisch onderzoek in Namur, Dinnat, Huy, Ieper, OUdenaarde, Tongeren en Aalst. Ook Kortrijk, waar archeologische interventies voornamelijk door een groep amateurs worden uitgevoerd, sluiten daarbij aan. Deze beknopte schets moet worden vervolledigd met de vele opgravingen of archeologische interventies die vanuit een beperkte vraagstelling of zonder enig inhoudelijke duiding worden uitgevoerd.
In de algemene overzichten over archeologie in België wordt er doorgaans weinig aandacht geschonken aan de stadsarcheologie en wordt deze discipline nog vaak als minderwaardig beschouwd in vergelijking met andere vormen van archeologisch onderzoek.
En toch kan een objectieve evaluatie niet meer voorbijgaan aan de invloed die is uitgegaan van archeologisch onderzoek in stedelijk milieu, van de stadsarchologie in het bijzonder. In dit verband is er de ontwikkeling van de middeleeuwse en post-middeleeuwse archeologie, maar daarnaast moet ook de impact vermeld op wat men de structureel-technisch organisatie van de archeologie zou kunnen noemen. Zo was bv. noodonderzoek twintig jaar geleden eerder zeldzaam. Archeologisch onderzoek ging voornamelijk uit van een wetenschappelijke vraagstelling. Het terrein was beschikbaar voor langere duur en meestal konden de opgravingen in verscheidene campagnes gespreid over jaren worden uitgevoerd. De toestand in de steden noopte vanaf de jaren zestig tot een andere ingesteldheid. Stadsarcheologie is vrijwel steeds rescue archaeology, wat evenwel geen synoniem is voor lukrake en niet-gecoördineerde ingrepen. Noodonderzoek kan ook op voorhand geplande en goed geprogrammeerde opgravingen omvatten. Wanneer men de middeleeuwse en post-middeleeuwse archeologie in België thans evalueert, dan moet men vaststellen dat nog slechts zelden archeologisch onderzoek wordt ingesteld op niet-bedreigd terrein, dat de archeologische interventies meestal worden gerealiseerd na samenspraak met de betrokken bouwverantwoordelijken, dat de planning en de uitvoering van de archeologische opdracht in het ruimere kader van een bepaald bouwproject izjn opgenomen. Inmiddeles zijn noodonderzoek en samenspraak met de boouwwereld coourante aangelegenheden in het archeologisch vakgebied.
De castellogen en de archeologen ide in steden werkten , doorbraken als eerste de scheiding tussen bodemarchief en bovengronds archeologisch patrimonium. Mede onder impuls van de stadsarcheologie worden bodemarchief en bovengronds erfgoed steeds meer in samenhang met elkaar behandeld.
In Gent bijvoorbeeld behoorden van bij de start van de stadsarcheologische werkzaamheden zowel opgravingen als muurwerkonderzoek tot de dagelijkse activitieten. Via deze weg deed de archeologie haar intrede in restauratiepojecten die trouwens voor het archeologisch erfgoed even nefast kunnen zijn als nieuwbouw. Vaak wordt hierbij een drieledige integratie nagestreefd : een archeologishc vooronderzoek voorafgaand aan de werken, de opmaak van een restauratie- of renovatievoorstel op grond van de archeologisch-historische bevindingen en bijkomend, aanvullend onderzoek geïntegreerd in de uitvoering van de werken. Men kan stellen dat Gent, en sinds kort ook Oudenaarde een pilootfundtie vervullen op dat vlak.
In stedelijk milieu werden ook atlassen of inventarissen gemaakt die de verworven archeologische en historische kennis samengvat en vaak bzegeledi door kaarten voorstellen aan een groot publiek. Samenvattingen en inventarissen bestaan ook voor verscheidene Vlaamse steden, maar zijn daar doorgaans een onderdeel van een andere publicatie.
Wetenschappelijk onderzoek
Zoals voor alle andere vormen van archeologisch onderzoek volstaat het niet sporen en objecten op te graven en te beschrijven. Opgraven vlijft uiteraard de belangrijkste onderzoeksmethode. De verwerking van de archeologische gegevens dient echter de context van de onderzochte site of zelfs de stad te overstijgen, waarbij de ruime topografische omgeving en de historische context moeten worden betrokken. Zoals bij de andere archeologische specialisaties verhoogt de waarde van een archeologisch onderzoek in stedelijk milieuw met een multidisciplinaire of beter nog interdisciplinaire benadering, voornamelijk door samenwerking met de historici van de geschreven bronnen en met diverse specialisten van natuurwetenschappen. Het is onmogelijk hier alle (gepubliceerde) resultaten in een beknopt overzicht weer te geven. Dit wordt noodzakelijkerwijze beperkt tot een aantal hoofdthemata. Ze laten toe zich een algemeen beeld te vormen van wat de stadsarcheologie en archeologische opdrachten in stedelijk milieuw hebben aangepakt.
- Het ontstaan van de stad.
- Kloosters en abdijen : In de ontstaansgeschiedenis van de stad speelden soms kloosters of abdijen een rol.
- Kerken : Hoewel het onderzoek van kerken in stedelijk milieu reeds lang voor de stadsarcheologie tot de interessepunten van de middeleeuwse archeologie behoorde, zijn onder invloed van recente opgravingen in steden tal van nieuwe inzichten mogelijk. Daarbij ligt de klemtoon ondermeer op de plaats van deze kerken in de stadsontwikkeling en op hun betekenis in een supra-stedelijke context. Daarenboven kan doorgaans ook de bouwgeschiedenis, met inbegrip van interieur en aankleding, op een meer verfijnde manier worden gereconstrueerd. Men kan hier oa. verwijzen naar de kathedralen van Antwerpen, Brussel en Tournai, Sint-Donaas in Brugge, of verdwenen bedehuizen zoals Saint-Lambert in Liege of Saint-Hilaire in Namur. Ook andere stadskerken waren het voorwerp van diepgaande onderzoekingen zoals bv. Sint-Quintinus in Hasselt, Sint-Jacob in Antwerpen of Onze-Lieve-Vrouw in Brugge. In enkele steden werd een typisch stadsklooster nader onderzocht zoals bv. het karmelietenklooster in Gent, het dominicanenklooster in Brugge of het klooster van de Rijke Klaren in Brussel. De archeologische benadering, vaak gekoppeld aan een nieuwe datering op basis van stratigrafie, dendrochronologie, radiokoolstofdatering, uitzonderlijke objecten of geschreven inlichtingen, leidde tot gewijzigde dateringen en ontwikkelingslijnen voor de religieuze architectuur in het algemeen.
De kerken zijn teven splaats van cultus en bijzettingen. Behalve altaren, monumenten , sacramentstorens en andere interieurelementen konden in alle onderzochte kerken ook graven worden bestudeerd. Op dit vlak leverder de stadsarcheologie een nieuwe, multidisciplinaire inbreng. Koploper was ongetwjfeld Brugge met de opgravingen in het hoogkoor van de Onze-Lieve-Vrouwekerk . Maar ook andere Brugse kerkonderzoeken hebben geleid tot een andere kijk op lokale en regionale begrafenisgewoonten. Het meest bekend zijn de bakstenen grafkelders met figuraiteve wandschilderingen. In de kathedraal van Antwerpen en in diverse Gentse kerken werden gelijkaardige, maar toch verschillend uitgewerkte grafgebruiken vastgesteld. Deze per centrum verworven kennis in een breder perspectief evalueren, vormt een volgende stap in dit wetenschappelijk vorsingswerk.
Burchten : De relatie tussen een versterking of burcht en het onstaan of de vroege ontwikkeling van de stad blijft ook een gegeerd stadsarcheologisch onderzoeksthema. Maar de rol van de burcht wordt ok in een breder regionaal perspectief behandeld, zoals bv. in de Scheldevallei, de Vlaamse Kustvlakte, het hertogdom Brabant of zelfs binnen een meer algemene Noordwest-Europese context.
- Stadsforticicaties : De studie van versterkingen in het algemeen kan talrijke aspecten omvatten. Opgravingen in stedelijk milieu laten toe de territoriale en stedebouwkundige ontwikkleing van de stad te volgen, in relatie met verdedigingselementen die op basis van materiële restanten kunnen worden bestudeerd. De uitwerking gaat echter verder en maakt het mogelijk om via dergelijke onderzoeksprojecten inzicht te krijgen in de evolutie van verdedigingsstrategie en militiare tactiek. Betekneisvolle resultaten werden ondermeer genoteerd in Gent, Kortrijk, Mechelen, Dinant, Ieper, BOuvignes, Brussel, Oudenaarde, Aalst en Damme.
- Openbare gebouwen : Ook gemeenschapsgebouwen komen aan bod zij het dat deze tot op heden nog niet in een ruimer kader werden behandeld. Zo kan worden verwezen naar het Sint-Janshospitaal in Brugge, Het Hospice Saint-Gilles in Namur, Het Oud Hospitaal in Aalst, de Bijloke in Gent, Sint-Elisabeth in Antwerpen, Het hospitaal in Halle, de Graanhalle in Brussel, het schepenhuis van Gedele en het Groot Vleeshuis in Gent
Huizen : Een stad is evenwel meer dan een verzameling van grote representatieve gebouwen of verdedigingswerken. Het is een centrum waar mensen woonden en werkten. Het is dan ook belangrijk de evolutie van de bewoning in al haar aspecten te kunnen reconstrueren. Daartoe behoren de ontwikkeling van de huizen en de afhankelijkheden, de evolutie van de erven, hun relatie tot het openbaar domein (straten, pleinen, waterlopen, groenzones), hun organisatie in, aan de rand van en buiten de stad. Hoewel de kennis op dit vlak over het algemeen nog zeer arm is en de resultaten erg verschillend van stad tot stad, is er niettemin een opmerkelijke vooruitgang vast te stellen. Als typevoorbeeld kan worden verwezen naar destudie van de middeleeuwse stenen stadshuizen in Gent en de evaluatie van dit gebouwenpatrimonium ten opzichte van andere steden in Noordwest-Europa. Ook hun politieke, sociaal-economische en culturele betekenis werd verder uitgediept. Vanuit het stadsarcheologisch onderzoek werd een hernieuwd historisch onderzoek van de huizen in diverse steden op gang gebracht. Deze samenwerking heeft geleid tot nieuwe werkmethoden in Gent, Brugge en Antwerpen, en maken het mogelijk voor de meeste huizen een betrouwbare reconstructie te maken van de eigenaars en of bewoners en hun leven binnen de materiële context en zijn evolutie, en dit vanaf de late middeleeuwen tot vandaag. In andere steden zoals in Ieper en Namir leverde archeologie een bijdrage over buurten van handwerklieden
Huisraad : Bij het onderzoek naar het materiële verleden van de stad horen ook de mobiele vondsten, de archeologica binnen de contexten waarin ze werden opgegraven. Bij de studie van een duidelijk omschreven context, de ontwikkeling van het vondstengoed voor een bepaalde site, de evaluatie van de vondsten of een bepaalde grope van archaeologica in stedelijke of regionale context, ten opzichte van andere steden of het omringende platteland, in een ruimer Noordwest-Europees perpsectief. Heirbij dient aangestipt dat het archeologische vondstengoed ook monsters en bodemstalen bevat, die verder in laboratoria worden behandeld en via de natuurwetenschappelijke inbreng informatie verschaffen over leef- eb voedingsgewoonten, productieprocessen, culturen, handel, nijverheid, verkeer enz.
Bedrijvigheden : Specifieke contexten met grondstoffen, halfproducten of spren van bedrijvigheden kunnen wijzen op artisanale activiteiten in of aan de rand van de stad.. In diverse steden kwamen dergelijke bedrijvigheden van zeer diverse aard en voor uiteenlopende periodes aan bod. Tot de reeds beter bestudeerde onderwerpen behoren de laat-middeleeuwse ceramiek en de lederbewerking in Brugge, het laat-middeleeuwse textielbedrijf in Ieper, de vervaardiging van glas en majolica in Antwerpen, majolica en faience in Gent, beenbewerking in diverse steden. Hoewel bepaalde contexten al in detail konden worden uitgewerkt, blijven in dit verband meestal heel wat vragen hangen. Voor welke groep van mensen en hoelang werd geproduceerd ? Was er een zekere ontwikkeling in de afgewerkte producten ? Had de productie een lokale, regionale of veel meer omvattende afzet ? Kwam de productie tot stand op basis van handelscontacten ? Ging het om luxeproducten of om alledaags gebruiksgoed ? Zijn er gegevens over de sociale context van de bedrijvigheid en haar klanten? Dit zijn maar enkele voorbeelden van de vele vragen die thans doorgaans (nog) niet door stadsarcheologisch onderzoek kunnen worden ingevuld.
Dit beknopte en zeker niet volledige overzicht wil een eerste aanzet zijn om enerzijds de stadsarcheologie en haar verworvenheden beter te leren kennen, en om anderzijds het archeologisch onderzoek in de door sterke 'erosie' bedreigde stedelijke centra met een grotere wetenschappelijke diepgang en meer proffessionalisme te kunnen uitbouwen.

Citation KeyLaleman:1999b
VerantwoordelijkeKDEGROOTE, VAMEELS