Archeologisch onderzoek in de Handelsbeurs te Gent

TitelArcheologisch onderzoek in de Handelsbeurs te Gent
PublicatietypeTijdschriftartikel
Publicatiejaar2000
AuteursDeceuninck, M, Pype, P, Van Iseghem, K, Vermeiren, G
Titel van het tijdschriftArchaeologia Mediaevalis
Volume of jaargang23
Begin en eindpagina's65 - 66
TrefwoordenGent, Handelsbeurs, loopniveau, omwalling, puinpakket, stabilisatielaag
Notities

Gelegen in het Gentse stadscentrul binnne de 12dee eeuwse omwalling, was het onderzoek van dit site van belang voor zowel de geschiedenis van het gebouw op zich, voor de eventuele voorafgaande srtructuren, alsook voor de relatie met het niet bebouwde deel van de Kouter. De oudste sporen die op en nabij de Kouter bij vorig archeologisch onderzoek werden aangetroffen , gaan immers terug tot de ijzertijd. De "Handelsbeurs" bevindt zich op de plaats van het voormalige hof van de Sint Sebastiaansgilde die zich in het midde van de 16de eeuw aan de Kouter vestigde. Na de afschaffing van deze schuttersgilde werd het gildenhof in 1703 aan de stad verkocht. Het archeologisch onderzoek vond plaats op het enige niet onderkelderde deel van de "Handelsbeurs", namleijk het deel in de "Hoofdwacht". Op ca. 280 m onder het bestaande vloerniveau werd de moederbodem aangetroffen. Hierop bevond zich een restant van een stabilisatielaag, ...vermoedelijk weiland . ... voor de bodemkundige aspecten samenwerking met Prof. Dr. R. Langhor, bovenste laag reeds weggehaald ...niet te dateren. Op deze stabilisatielaag bevond zich een pakket van aangevoerd tertiair materiaal. De mogelijkheid bestaat dat deze tertiaire laag een restant is van het uitgraven van de Ketelvest, de stadsgracht van de 12de eeuwse vesting. In het noordelijk deel werd op dit pakket een loopniveau van Doornikse kalksteen geattesteerd, dat kan gedateerd worden voor de 14de eeuwIn het noordoostelijk deel van het opgravingsvlak werd een uitgraving vastgesteld, gracht of grote kuil, met duidelijk gelaagde opvulling. Deze werd ofgedekt door een dik puinpakket. In het zuidwestelijk deel werd voor de aanleg van een kelder, het verplaatste tertiaire materiaal weggegraven. Deze kelder, die verschillende bouwfasen kende , werd als beerput gebruikt, in de zuidleijke afsluitmuur twee latrines. algemeen kunnen we stellen dat er een duidelijk onderscheid bestaat tussen het open gedeelte van de Kouter en de plaats waar dit onderzoek plaatsgreep. Tevens zijn bepaalde sporen verdwenen door afgravingen die reeds in vroegere periodes plaatsvonden.

Citation KeyDeCeuninck:2000a
VerantwoordelijkeVAMEELS, CAI LLOMBAERT