Groei en organisatie van de Middeleeuwse archeologie in België en in Vlaanderen in het bijzonder.

TitelGroei en organisatie van de Middeleeuwse archeologie in België en in Vlaanderen in het bijzonder.
PublicatietypeTijdschriftartikel
Publicatiejaar1988
AuteursDemeulemeester, J, Verhaeghe, F
Titel van het tijdschriftArchaeologia Mediaevalis
Volume of jaargang11
Begin en eindpagina's2-9
Samenvatting

Net zoals in de buurlanden is ook in België de middeleeuwse archeologie een jonge discipline die haar volle potentiëel nog niet heeft bereikt.
Ontstaansgeschiedenis , groei en huidige organisatie en stand van de Belgische en in het bijzonder van de Vlaamse archeologie belicht nav 10de contactdag voor Nederlandse en Belgische archeologen
Rond de eeuwwisseling terreinonderzoek op middeleeuwse sites door baron A. de Loë vnl. op motttes en terpen, deze beginfaze werd afgesneden door WOI en tot jaren 50 actief opgravingswerk quasi onbestaande op onderzoek van enkele merovingische grafvelden na.
Vanaf 50 jaren geleidelijk ommekeer vooral te wijten aan een aantal individuële personen, mediëvisten en historici o.a. J. Dhondt, H. Roosens, R. Borremans e.a.
Vanaf tweede helft jaren 60 volgde eigenlijke doorbraak, ceramologie bereidde zich uit, archeologie van de landelijke bewoning boekte resultaat met name op gebied van de sites met walgracht, castellogie werd volwassen en vanaf 1975 werden officiële stadsarcheologische afdelingen opgericht te Gent , Brugge en Antwerpen. Groeiend aantal geïnteresseerden en publicaties. De jaarlijkse tweedaagse colloquia, sedert 1978 van Archaeologia Mediaevalis vormen beste getuigenis. Hier vinden beroeps - en amateurarcheologen elkaar terug met hun onderzoeksresultaten van het voorbije jaar en hierbij hoort een gelijknamige kroniek. In 1978 betrof die zo'n 25 sites , in 1987 reeds een 70. Ook krijgt middeleeuwse archeologie aan de universiteiten meer aandacht.
1987 : beroepsarcheologie : Nationaal : N.D.O. en het Nationaal Centrum voor Oudheidkundige Navosingen
wetenschappelijk personeel : 11 waarvan 5 in middeleeuwse archeologie
N.D.O. voert systhematisch een aantal thematische programma's door o.m. in Vlaanderen onderzoek aarden versterkingen waaronder de castrale mottes, onderzoek van middeleeuwse burchten. Basisstrategie is steeds dezelfde : identificatie van een archeologisch fenomeen, inventarisatie en detailonderzoek inclusief terreinwerkvan een representatieve reeks eenheden en tenslotte studie van fenomeen en zijn context.
Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis verrichten vooral onderzoek op vlak van castellogie en ceramologie.
Universiteiten , Gent , Brussel, Leuven, Luik, Louvain la Neuve, Bruxelles hebben middeleeuwse archeologie geïncorporeerd zowel qua opleiding als qua onderzoek, colleges middeleeeuwse archeologie op licentieniveau maar in totaal slechts 4 mensen in dit onderzoek betrokken
Stadsarcheologie : diensten in 3 Vlaamse steden, Gent , Brugge en Antwerpen en sinds 1986 ook in Maaseik, elk met één academicus in vast verband. Deze diensten beheren en onderzoeken het stadsarcheologische patrimonium
Verder musea op regionaal en lokaal vlak die occasioneel projecten of noodoperaties doorvoeren vb. Museum van het W.C.C. van de Duinenabdij en de Westhoek te Koskijde, museum van Dendermonde, Archeologisch museum voor Zuid Oost-VLaanderen te Zottegem, Provinciaal Gallo-Romains museum te Tongeren e.a.
Tenslotte regionale archeologische diensten zoals de Dienst Archeologie Waasland, intercommunale organisatie , één beroepsarcheoloog ten dele werkzaam in middeleeuwse archeologie
In totaal zijn dus vrij weinig beroepsarcheologen fulltime actief in de Belgische middeleeuwse archeologie, nl. zo'n 10 tot 15.
Een aantal academisch geschoolde archeologen vallen eveneens binnen tijdelijke tewerkstellingsstatuten. Ze werken veelal voor gemeente of v.z.w's . Organisatie van dergelijke korte termijnprojecten veelal weining gestructureerd. De initiatiefnemers (vaak politici ) hebben niet altijd een gezonde kijk op de archeologie in termen van wetenschappelijke betekenis, finaliteit en discipline. Archeologie is voor hen meestal het opgraven van vondsten of het vrijleggen van enkele monumentale resten. Te vaak ziet men dan jonge en weinig ervaren archeologen een niet of slecht voorbereide opgraving aanvangen: na enkele maanden loopt de opgraving en tegelijkertijd ook het arbeidscontract van de archeoloog af, zodat wanner het belangrijkste werk, studie , verwerking en publicatie van de opgravingsresultaten moet volgen er niemand meer beschikbaar is. Hoewel deze tewerkstellingsprogramma's de laatste jaren zeker bijdroegen tot de expansie van archeologie kan men toch de vraag stellen of de wildgroei en de versnippering van projecten de archeologie wel dienen. De projecten betreffen vooral middeleeuwse sites, want die zijn beter bekend bij lokale vorsers en soms primeert spectakel van de opgraving op de wetenschappelijke studie van het archeologisch probleem. Door gebrek aan goede wetenschappelijke basis , discipline en inhoud zijn deze tewerkstellingsprogramma's eerder een gevaar dan een hulp voor de archeologie.
Middeleeuwse arcehologie wordt tenslotte ook bedreven door talrijke amateurarcheologen. Velen leveren prachtig reddingswerk, doen aan prospectie en volgen bouwwerven op, kortom vormen een goede band tussen de lokale realiteit en de beroepswereld. Intiatieven als Archaeologia Mediaevalis hebben o.m. tot doel de vele amateur- en beroepsarcheologen samen te brengen, na te gaan wat er bij beiden leeft en tegelijkertijd de niet beroepsmensen te informeren hoe het beter kan. Na 10 jaar blijkt het peil van vele amateurs sterk gestegen en vaak moet het niet onderdoen voor het professionele niveau
Algemeen blijkt er duidelijk vooruitgang te zijn : groei aantal interventies, publicaties, bijeenkomsten en geïnteresseerden, nieuwe stadsdiensten. Ook inhoudelijk vooruitgang voor diverse subdisciplines zoals castellogie, ceramologie en bepaalde aspecten van stedelijke bewoning en materiële cultuur.
Toch blijven er heel wat problemen : kennisproblemen vb zwarte gaten in de ceramologie zoals gebrekkige kennis 10de - vroege 11de eeuw, 13de -15de eeuwse ceramiek, de soms gebrekkige historische interpretatie van de gegevens, de talrijke lacunes in het nederzettingsonderzoek (zowel ruraal als stedelijk), het schrijnend gebrek aan geïntegreerd totaalonderzoek (inclusief milieustudies) zodat de historische interpretatie niet kan steunen op een breed gamma van informatie. Een te sterke nadruk op het louter descriptieve werk, terwijl stevige theoretische en methodologisch-interpretatieve onderbouw bijna volledig ontbreekt, gebrek aan degelijk transdisciplinair onderzoek wat voortvloeit uit zowel gebrek aan middelen, mogelijkheden , specalisten en interesse, teamwork te weinig ontwikkelde notie. Deze tekortkomingen worden mede verklaard door de beperkte, sterk versnipperde middelen, met het logische resultaat dat grotere en geïntegreerde programma's bijna totaal ontbreken, dat teamwork te beperkt blijft en dat er nog heel wat te verbeteren is qua opleiding en qua mentaliteit
Samengevat mag de geboekte vooruitgang benadrukt worden , zonder de beperkingen uit het ook te verliezen

Citation KeyDemeulemee:1988f
VerantwoordelijkeVAMEELS