8.1.2.3. Romeinse periode

1 Subtidaal

Over Romeinse vondsten uit de Noordzee onder Belgisch toezicht is in de wetenschappelijke literatuur weinig echt harde informatie voorhanden. Er is in dit verband de vermelding in 1911 door A. de Loë van vondsten op de ‘Smallebank’ (situé dans le sens du méridien du Coq). Op een plaats gelegen op 3 mijl van de kust tussen Oostende en Blankenberge en gekend bij vissers onder de naam ‘Verzonken of Verdronken Oostende’ vonden vissers uit Heist naar verluidt regelmatig voorwerpen in hun netten (‘pot en vaatwerk’), maar vooral ‘dikke platte stukken in rode ceramiek’ die volgens de Loë Romeinse dakpannen zouden kunnen zijn. 1 2 3 De vindplaats is volgens de beschrijving van de vissers uit Heist een goede halve mijl lang, weinig breed en in het oostelijk deel denkbeeldig doorsneden door de lijn die de boten van de ‘Red Star Line’ volgden. 4 Deze vondstmelding is moeilijk te begrijpen vermits de Smalbank nabij de Franse grens ligt en helemaal niet ter hoogte van de zone Oostende-Blankenberge. Etienne Cools meldde in 1987, evenwel zonder bronvermelding, dat in 1911 Romeinse vondsten werden gemeld op de Smallebank en op de Wenduinebank. 5 Hieruit zou kunnen worden afgeleid dat A. de Loë misschien twee vondstmeldingen door elkaar haalde en het in feite gaat om twee meldingen nl. zowel op de Smalbank als op de Wenduinebank. De Wenduinebank beantwoordt qua lokalisatie perfect aan de hierboven aangehaalde beschrijvingen van de vissers uit Heist.
In 1965 brengt Jozef Mertens in het tijdschrift ‘Archeologie’, verslag uit over een door de pers gemelde vondst van een Romeinse amfoor. De amfoor werd gevonden door Nieuwpoortse vissers in de Noordzee, volgens Mertens echter zonder verdere precisering van de vindplaats. 6 Verder vermeldde Etienne Cools in 1987 de vondst door de O.77 van twee stukken Romeinse ceramiek: een fragment van een amfoor en een stuk van een dolium, afkomstig uit de Belgische kustwateren. 7
Meer precieze informatie over deze vondsten is merkwaardigerwijze ook te vinden in kranten. Zo meldde ‘De Zeewacht’ in 1964 de vondst door de N.788 van een Romeinse amfoor (hoogte: 67,2 cm, grootste diameter: 47,2 cm en diameter rand: 16 cm) een 3-tal mijl buiten de Westhinderbank. 8 Het betreft wellicht de amfoor die door J. Mertens zou besproken worden in de jaargang 1965 van het tijdschrift Archeologie. De amfoor in kwestie werd recentelijk door het VIOE geïdentificeerd naar aanleiding van de inventarisatie en studie van de maritiem archeologische collectie bewaard op de zolder van het stadhuis van Nieuwpoort.
Dergelijke amforen - van het type Dressel 20 9 (fig. 5) - zijn vervaardigd in Zuid-Spanje (de oude Romeinse provincie Baetica), meer bepaald in de benedenvallei van de Guadalquivir tussen Sevilla en Cordoba en dienden om olijfolie te transporteren. 10 Het exemplaar uit de Noordzee lijkt qua vorm op meerdere exemplaren gevonden in gedateerde contexten van Augst (Basel-Land, Zwitserland) en Lyon. Deze varianten worden gedateerd in de laatclaudische tot de vroegflavische tijd (50-80 AD). 11 12 Eén van de handvatten draagt een stempel die in de natte klei werd ingedrukt. Omdat men de stempel slordig heeft ingedrukt, kon de naam van de amforenfabrikant tot nog toe niet worden geïdentificeerd.

Amfoor van het type Dressel 20 opgevist ongeveer drie mijl buiten de Westhinder Bank.Fig. 5: Amfoor van het type Dressel 20 opgevist ongeveer drie mijl buiten de Westhinder Bank.

Indien deze vondst gerelateerd is aan een lading, verwijst ze in alle waarschijnlijkheid naar een scheepswrak uit de 2de helft van de 1ste eeuw na Christus. Merkwaardig is dat in de collectie van het Stedelijk Archeologisch Museum van Brugge zich twee haast intacte amforen bevinden, waarvan één (amfoor A) zeer gelijkend is aan het exemplaar uit de collectie van Nieuwpoort (enkel wat grotere afmetingen), zowel wat de morfologie en de datering als het patina betreffen. Amfoor A draagt eveneens een fabrikantenstempel die ondanks het onzorgvuldige afdrukken en de slijtage kon worden geïdentificeerd als MIM (initialen van de drieledige naam van een Romeinse burger). Van beide amforen uit de Brugse collectie wordt sterk vermoed dat ze sporen van een verblijf op de zeebodem vertonen. 13 In amfoor A zat nog een fragment van het ceramiek deksel vast geklit aan de binnenzijde, ter hoogte van de schouder, wat het vermoeden van een verblijf in zee nog versterkt. Na confrontatie van beide zeer gelijkende amforen, amfoor A uit de collectie van Brugge en de amfoor uit Nieuwpoort, groeit nu de zekerheid dat ze van dezelfde vindplaats afkomstig zijn. 14 De hypothese van de aanwezigheid van een scheepswrak in die zone wordt dus zeer aannemelijk. Er bestaat een goede kans dat verder onderzoek op beide amforen definitief uitsluitsel zal geven (analyse zeedepot, archiefwerk, informanten). De tweede amfoor (amfoor B) uit de Brugse collectie behoort eveneens tot het type Dressel 20, draagt ook een onleesbare stempel, maar is een veel latere variant die te situeren valt in de 1ste helft van de 3de eeuw na Christus. Gezien het chronologische verschil kan amfoor B geen verband houden met de twee andere. 15 De Nieuwpoortse collectie bevat evenwel het bovengedeelte van een tweede amfoor van het type Dressel 20, dat typologisch ook in de 1ste helft van de 3de eeuw na Christus te plaatsen valt. Het grote fragment draagt bovendien zeker sporen van een verblijf in zee vermits het vol krabbenkokers hangt. Het bovengedeelte van deze Zuidspaanse olijfolieamfoor werd nog niet geconfronteerd met het Brugse exemplaar (amfoor B). Mogelijk houden ze met elkaar verband. Enkel een nauwkeurige analyse zal dat kunnen bevestigen. Verder moet ook nog de herkomst van beide derde-eeuwse amforen uit de Belgische wateren worden bewezen. Indien dat zo is, verwijzen ze naar minstens een tweede Romeins scheepswrak. 16
Daarnaast zijn er ook nog enkele tot nog toe ongepubliceerde vondsten die onder deze hoofding behandeld dienen te worden.
Het betreft een intact stuk terra sigillata (Dragendorf 37, late 1ste-vroege 2de eeuw) die voor de kust van Zeebrugge of Heist opgevist is en lange tijd te zien was in de kreeftenbak van de Brasserie Nelson te Zeebrugge maar die ondertussen spoorloos is. 17
Verder bevinden er zich in het museum Sincfala ook twee recipiënten in terra sigillata (Drag. 30 en Drag. 33, fig. 6) waarvoor de sporen van zeepokken aantonen dat ze uit zee afkomstig zijn. Beide stukken zijn ongeveer een eeuw jonger dan de bovenvermelde Drag. 37. Na navraag bij de visser die beide objecten in de netten heeft aangetroffen, bleken beide stukken uit Engelse wateren afkomstig te zijn, meer specifiek uit de zone voor Ramsgate (Kent, Verenigd Koninkrijk).

Twee vrij goed bewaarde recipiënten in terra sigillata opgevist door een Vlaamse visser in Britse wateren.Fig. 6: Twee vrij goed bewaarde recipiënten in terra sigillata opgevist door een Vlaamse visser in Britse wateren.

Intacte stukken Romeinse ceramiek die aangetroffen worden aan land zijn vaak afkomstig van een grafveld. Op zee ligt dit anders; hier zou het ook om elementen van de cargo van een gezonken vaartuig kunnen gaan. De nabijheid van Romeinse vlootbases, zowel in Noord-Frankrijk 18 als in Zuidoost-Engeland, maakt het aannemelijk dat in het Belgische deel van de Noordzee wrakresten uit de Romeinse periode kunnen aangetroffen worden. Wat het transport van amforen betreft, moet er een aanzienlijk verkeer hebben bestaan tussen Groot-Brittannië en het continent waarbij vanaf het midden van de 1ste tot het midden van de 3de eeuw na Christus grote hoeveelheden Dressel 20-amforen zijn binnen gebracht. Het is overigens genoegzaam bekend dat er een belangrijke vraag bestond van militairen naar Mediterrane producten, met name olijfolie, en het is in dit kader dat deze handel mag worden gesitueerd. In sommige piekperioden van militaire activiteit zoals de invasie en ‘pacificatie’ van Groot-Brittannië door Claudius (vanaf 43 na Christus) of de poging tot verovering van Schotland door Septimus Severus (209-211 n Christus) zal er wellicht nog een toename van import zijn geweest. Verder belandden dergelijke amforen ook op zowel burgerlijke als militaire sites op de Belgische kust zoals sites te Brugge, Wenduine en Oudenburg aantonen. Het valt wel op dat de fragmenten van Dressel 20-amforen die tot nog toe op deze kustsites zijn waargenomen, dateren uit de 2de helft van de 2de en de 1ste helft van de 3de eeuw.
Indien bovenvermelde intacte stukken (amfoor en intacte Drag. 37) verwijzen naar de aanwezigheid van scheepswrakken, dan zijn er minstens twee op indirecte wijze getraceerd. De amfoor is zeker en de Dragendorf 37 is wellicht afkomstig uit het Belgische deel van de Noordzee. Al liggen de dateringen niet ver uit elkaar, beide stukken kunnen niet van hetzelfde wrak afkomstig zijn. De Dragendorfs 30 en 33 uit het museum Sincfala kunnen verband houden met gekende vindplaatsen van Romeins aardewerk in de monding van de Thames, nl. Pudding Pan Rock en Ooze Deep. Wat de datering en de aard van de vondsten betreft, komt vooral de vindplaats Pudding Pan Rock in aanmerking. Niet minder dan 285 stuks terra sigillata zijn gekend van deze vindplaats. Amforen 19 20 21 en terra sigillata. 22

2 Intertidaal

Nederzettingsporen uit de Romeinse periode zijn geregistreerd op de stranden van Raversijde (45: Raversijde-Mariakerke I) en Wenduine (62: Wenduine I). 23 24
Op het strand van Raversijde zijn behalve argumenten voor bewoning ook sporen van zoutwinning (daterend uit de periode 2de-3de eeuw 25) en van lokale ijzerwinning 26 vastgesteld. Als ploegvoren geïnterpreteerde grondsporen 27 verwijzen naar lokaal akkerland. De interpretatie van deze laatste sporen als sporen van grondbewerking werd evenwel in twijfel getrokken in een overzichtsartikel gewijd aan de bewoning van de kustvlakte in het 1ste millennium AD. 28 De bewoning te Raversijde-Mariakerke I klimt op tot de Flavische tijd. 29 In 2005 is bij de opgraving van de laatmiddeleeuwse vissersnederzetting Walraversijde onder de aan de oppervlakte liggende klei een dijk uit de Romeinse periode herkend 30. Onderzoek van de door wijlen E. Cools op het strand van Raversijde genomen foto’s heeft ondertussen aangetoond dat deze dijk toen ook op het strand is vastgesteld 31, zonder deze evenwel als dusdanig te herkennen.
De Loë vermeldt reeds in 1911 de vondst van een gerolde tegula op het strand van Raversijde op ongeveer 60 m van de voet van de dijk en iets ten oosten ‘du premier châlet forestier.’ 32 Door Chocqueel zijn in 1948 zowel een kuil gevuld met ceramiek als een zgn. knuppelweg (‘passerelle en branchages’) geregistreerd. Een foto van deze zgn. knuppelweg werd al in 1958 gepubliceerd door J. Mertens. 33 (fig. 7) De kuil bevond zich op ongeveer 150 m van de dijk ter hoogte van het Instituut ‘Bon Repos.’ 34 Enkele jaren voordien werden iets meer westelijk op het strand van Mariakerke ook al Romeinse structuren onderzocht, meer bepaald tegenover ‘Hotel Alfa’ op 266 m van de dijk. 35 Hierin bevonden zich o.a. een twaalftal kg ceramiek, een bronzen lepel en een bronzen munt van Commodus. 36 Het strand van Raversijde heeft o.a. ook een bronzen ring met intaglio opgeleverd. 37 38

Zgn. knuppelweg geregistreerd op het strand van Mariakerke-Raversijde door A. Chocqueel.Fig. 7: Zgn. knuppelweg geregistreerd op het strand van Mariakerke-Raversijde door A. Chocqueel.

Wenduine I is gelegen op het huidige strand, tegenover kilometerpaal 43. Het vondstenmateriaal dateert uit de periode Flavische tijd tot midden 3de eeuw. 39 Wenduine I ontwikkelde zich in de 2de-3de eeuw tot een belangrijk handelscentrum. 40 Ook het strand van Wenduine wordt al lang vermeld als vindplaats van Romeinse archaeologica. De eerste archeologische vermelding dateert van 1895. 41 Een volgende melding van Romeinse vondsten op het strand van Wenduine dateert van 1896. 42 Het betreft fragmenten van zowel ceramiek als dakpannen, gevonden door A. de Loë in 1894. In 1903 werden te Wenduine op 35 m van de hoogwaterlijn, tussen het strand en de duinen de vondst van dakpannen en Romeins aardewerk vermeld. 43 44 vermeldt iets zeer gelijkaardig voor 1904. Door S. De Schrijver werd in 1904 gemeld dat ‘une grand urne en terre grise trouvée à Wenduyne, à marée basse dans un banc de tourbe (envoi de M. Ed. Bernays)’ door de Koninklijke musea is verworven. 45 A. de Loë vermeldde in 1905 dat op het strand van Wenduine (een beetje verder dan ‘l’hospice’) op ongeveer 35 m van de voet van de duinen, een zwarte humeuze bank met heel wat Romeinse archaeologica zoals tegulae en terra sigillata, allemaal met frisse breukvlakken, werd aangetroffen. Hij vermeldt ook het complete skelet van een schaap. 46 47 In 1910 bleken de sites op het strand van Wenduine grotendeels met zand bedekt. 48 In 1928 werden in een veenlaag op het strand fragmenten van Romeinse dakpannen gevonden. 49 50 Tot het archeologische deel van het strand behoort volgens Prudens Verduyn in elk geval de zone tussen Wenduine en Blankenberge. 51 Ook in recentere tijden blijft de site vondstmeldingen opleveren. 52 53 54 Een merkwaardige vondst van het strand van Wenduine betreft een oestervorkje in een koperlegering. 55 Een door Etienne Cools op het strand van Wenduine gerecupereerd fragment van een Romeinse lemen vloer is in het begin van de jaren ’90 van de vorige eeuw micromorfologisch onderzocht door Hans Mestdagh. 56
Romeinse vondsten zijn verder vastgesteld op de volgende stranden: 57 58 Nieuwpoort (Nieuwpoort D & F), Westende 59 60 (Westende A), Bredene (Bredene A), Heist 61 205. (Heist B & E) en Knokke (Knokke A). De Romeinse potscherven op het strand van Nieuwpoort zijn verzameld door K. Loppens. De Romeinse potscherven gevonden door A. de Loë en E. Rahir op het strand van Heist, behoren tot de nederzetting Zeebrugge I zoals gedefiniëerd door H. Thoen. 62 Zeebrugge I is de bekende zoutwinningsite met houten raamwerk aangetroffen tijdens de havenwerken in 1904. 63
In het begin van de jaren 1980 werden door Yann Hollevoet op de stranden van Oostende ook Romeinse vondsten geregistreerd. Het ging meestal om fragmenten van gewoon aardewerk, maar op het Klein Strand van Oostende is ook een stuk Terra Sigillata aangetroffen. 64 Op het eind van de jaren 1960 meldde Hugo Thoen ook al de vondst van een Zuidgallische Drag. 37 op het strand van Oostende ter hoogte van hotel ‘Alfa’. 65. 66 Romeinse vondsten – waaronder fragmenten van zgn. geverniste ceramiek - zijn in deze jaren ook gerecupereerd op het strand van Bredene 67. Recentelijk is door Prof. Dr. Cecile Baeteman de vondst gemeld van brokken zelas op het strand van Nieuwpoort. 68
In april 2003 werd op het strand van Zeebrugge een onderkaak van een jonge man aangetroffen die aan de hand van een 14C-datering in de 4de eeuw AD wordt geplaatst. 69
Twee vindplaatsen komen uit dit overzicht duidelijk naar voor: Raversijde-Mariakerke en Wenduine.