3.3 Balans van de ontsluiting van het onderzoek

3.1 Werkwijze

Al het graaf- en onderzoekswerk wordt voor de wetenschap pas relevant wanneer de resultaten ervan ook behoorlijk gepubliceerd raken en opgepikt door de ruimere onderzoeksgemeenschap. In dit onderdeel gaan we na in hoeverre dit voor het onderzoek van het paleolithicum in Vlaanderen vlot verloopt.
De basis voor deze analyse is een zo exhaustief mogelijke lijst van de wetenschappelijke publicaties over onderzoek van het neolithicum in Vlaanderen. Die lijst werd voor het opstellen van deze onderzoeksbalans opgemaakt en aangevuld, en staat via de Bibliografie Onroerend Erfgoed Vlaanderen voortaan ter beschikking van elke onderzoeker. Om deze databank in dit hoofdstuk te laten fungeren als analyse-instrument hebben we er een aantal bewerkingen op toegepast en er vervolgens verschillende indexen in aangebracht, naar analogie van de analyse die voor de hoofdstukken paleolithicum en mesolithicum werd uitgevoerd.
Omdat de hoeveelheid nieuwe kennis belangrijker wordt geacht dan het aantal publicaties, werd voor de hoofdstukken paleolithicum en mesolithicum van deze onderzoeksbalans een vertaling gemaakt van de publicatiedatabase naar een databestand waarin het aantal bladzijden originele onderzoeksresultaten berekend zijn. Dit vergt wat evaluatie- en interpretatiewerk, waarbij de volgende regels in acht zijn genomen:

  • Uitgangspunt en referentie is één pagina formaat A4 in een klassiek wetenschappelijk tijdschrift, genre Relicta of Archeologie in Vlaanderen. Voor de meeste referenties is bijgevolg effectief het aantal pagina’s genomen.
  • Voor publicaties (bv. synthesewerken) die ook andere perioden of andere regio’s behandelen, is ingeschat hoeveel pagina’s hierin daadwerkelijk betrekking hebben op de betreffende periode in Vlaanderen. Wanneer binnen die periode verschillende fases aan bod komen is dit gewoon vermeld, zonder verdere opsplitsing van het aantal pagina’s.
  • Voor verhandelingen en andere ongepubliceerde manuscripten die openbaar toegankelijk zijn, werd ingeschat hoeveel pagina’s het werk zou omvatten mocht het omgezet zijn naar een wetenschappelijke publicatie. Indien dit effectief ook is gebeurd (bv. in Terra Incognita), werd enkel de omvang van het gepubliceerde werk opgenomen. Dit geldt ook voor doctoraatsverhandelingen die naderhand als boek werden gepubliceerd.
  • De algemene regel is dat in geval van meerdere publicaties over hetzelfde onderwerp, dezelfde pagina’s maar eenmaal werden geteld, in principe bij de hoofdpublicatie. Louter populariserende en vulgariserende werken over het onderwerp werden sowieso uitgesloten. Zij presenteren in de regel geen originele resultaten. Hetzelfde geldt voor cursussen en andere educatieve werken.
  • Zuiver geografische, geomorfologische, paleoklimatologische en andere natuurwetenschappelijke publicaties over deze periode zijn niet opgenomen. Deze komen immers in andere hoofdstukken van de onderzoeksbalans aan bod. Wanneer het onderzoek wel direct in relatie staat tot de archeologische context (bv. stratigrafie, datering), werd het wel opgenomen.
  • Evenmin geaccepteerd zijn loutere vondstmeldingen zoals die vroeger in Archeologie of in andere kronieken werden opgenomen. Aangezien deze de laatste jaren rechtstreeks aan de Centrale Archeologisch Inventaris worden doorgegeven, zou dit voor een scheeftrekking hebben gezorgd. Bovendien kunnen dergelijke signalementen meestal bezwaarlijk echt wetenschappelijk onderzoek worden genoemd.

Om ook het publicatiejaar in rekening te kunnen brengen, en de evolutie in de publicaties te kunnen evalueren, werd net als voor de analyse van de publicaties in de Notae Praehistoricae gewerkt met perioden van 5 jaar, voor de steentijd in het algemeen beginnend in 1870, voor het neolithicum specifiek in 1888. De gegevens werden opgenomen tot en met het jaar 2009.
Voor het type van publicatie maakten we, zoals voorzien in de Bibliografie Onroerend Erfgoed Vlaanderen, een onderscheid tussen boeken, bijdragen in boeken (‘boekdelen’), tijdschriftartikelen, ‘papers’ gepubliceerd in de ‘proceedings’ van een congres, thesissen en andere ongepubliceerde rapporten. Geëditeerde boeken zoals handelingen van een congres komen niet als geheel aan bod, aangezien de verschillende (relevante) bijdragen in principe apart zijn opgenomen.
Om een idee te krijgen van het internationale potentieel van het gepubliceerde onderzoek is ook de taal geregistreerd waarin het werk is geschreven. Daarnaast werd bepaald of een publicatie in een regionale context werd gepubliceerd, dan wel in een nationale of internationale context. Hier dient te worden aangestipt dat deze context niet steeds gelijk is aan de werkelijke verspreiding van de publicatie en haar gebruik in het internationale onderzoek. Zo werden bijdragen gepubliceerd in de Notae Praehistoricae in de onderstaande analyse aan een ‘nationale’ context toegeschreven. Individuele artikels uit dit tijdschrift zijn echter eveneens in een internationale context gekend en worden in het onderzoek geciteerd. In principe zou een echt bibliometrisch onderzoek met analyse van impactfactoren en de citaties van de individuele bijdragen of onderzoekers de beste methode zijn om de ontsluiting binnen het internationale onderzoek te meten. De gegevens hiervoor zijn helaas niet makkelijk voorhanden; het samenbrengen hiervan behelst een gedetailleerde inventarisatie van de citaties van de internationale literatuur.

3.2 Overzicht van gepubliceerd onderzoek

Momenteel hebben 311 originele wetenschappelijke publicaties betrekking op het neolithicum in Vlaanderen. Om dit in de context van de periodegebonden steentijdpublicaties te plaatsen, dienen we uit te gaan van de werken die tot en met 2007 werden gepubliceerd, gezien het databestand dat voor het paleolithicum en mesolithicum werd opgesteld tot die datum loopt. Van de toen 713 originele wetenschappelijke publicaties hadden 278 betrekking op het neolithicum, 283 op het mesolithicum en 263 op het paleolithicum. Dat de som van deze aantallen groter is dan het totaal van 713, heeft te maken met het voorkomen van 111 publicaties die expliciet betrekking hebben op twee van de drie perioden. Indien we ook deze buiten beschouwing laten is de verhouding lichtjes anders met 197 publicaties over het paleolithicum, 175 over het mesolithicum en 230 over het neolithicum in Vlaanderen. Het totaal aantal publicaties met betrekking tot het neolithicum, maar met uitzondering van de vondstmeldingen, vulgariserende publicaties en publicaties die gericht zijn op natuurwetenschappelijk onderzoek, bedraagt 365, dit is 32% van de 1125 steentijdpublicaties (met inbegrip van de niet periodegebonden werken).
Publicaties over het neolithicum in Vlaanderen beginnen in 1888, met een publicatie van de Loë 1 voor de ‘Fédération historique et archéologique de Belgique’ waarin hij een overzicht presenteert van de megalieten in België. Enkele van die zogenaamde megalieten worden gelokaliseerd binnen het huidige Vlaamse Gewest.2 Pas na de Tweede Wereldoorlog komt er enige regelmaat in het aantal publicaties, met een geleidelijke groei tot in de jaren 1970). Een plotse toename treedt op in de jaren 1980, gevolgd door een duidelijke afname in de jaren 1990. De laatste jaren is opnieuw sprake van een toename. De hierboven beschreven trend voor het neolithicum overlapt perfect met de algemene trend voor de steentijdpublicaties. 3

 Aantal wetenschappelijke publicaties van steentijdonderzoek in Vlaanderen, per steentijdperiode en per vijf jaarFiguur 14: Aantal wetenschappelijke publicaties van steentijdonderzoek in Vlaanderen, per steentijdperiode en per vijf jaar

 Aantal wetenschappelijke publicaties van steentijdonderzoek in Vlaanderen, per steentijdperiode en per type publicatieFiguur 15: Aantal wetenschappelijke publicaties van steentijdonderzoek in Vlaanderen, per steentijdperiode en per type publicatie

Tijdschriftartikels vormen voor alle perioden het leeuwendeel van de publicaties, evenzo voor het neolithicum met een totaal van 58% (Figuur 15). De verdeling van de andere publicatietypes is lichtjes anders dan voor het paleolithicum en mesolithicum. Congrespapers hebben met 14% een belangrijker aandeel bij het neolithisch onderzoek dan voor de voorgaande perioden. Boekdelen en thesissen volgen met respectievelijk 10 en 9% van alle neolithische originele publicaties. Net als voor het paleolithisch en mesolithisch onderzoek zijn boeken (4%) en rapporten (6%) duidelijk in de minderheid. Bij de boeken gaat het bovendien meestal om synthesewerken waarin de Vlaamse sites maar in beperkte mate aan bod komen. Er zijn slechts een drietal (bescheiden) boeken gewijd aan neolithische sites uit Vlaanderen.4 5 6

Voor het steentijdonderzoek in het algemeen hebben tijdschriftartikels altijd het gros van het publicatietype uitgemaakt, met opnieuw een opvallende piek in de jaren 1980, een al even opmerkelijke terugval in de loop van de jaren 1990 en een duidelijke groei vanaf 2000.

 Aantal wetenschappelijke publicaties van steentijdonderzoek in Vlaanderen, per type publicatie en per vijf jaarFiguur 16: Aantal wetenschappelijke publicaties van steentijdonderzoek in Vlaanderen, per type publicatie en per vijf jaar

Diezelfde trend is waar te nemen voor het neolithicum in het bijzonder, al situeert de piek in het aantal tijdschriftartikels zich eerder in de eerste helft van de jaren 1980 in plaats van in de tweede helft. Vanaf de jaren 1980 gaan ook de thesissen, congrespapers en boekdelen regelmatig een substantieel deel van de wetenschappelijke werken uitmaken, sinds de jaren 1990 maken ook de rapporten er deel van uit.

 Aantal wetenschappelijke publicaties van neolithisch onderzoek in Vlaanderen, per type publicatie en per vijf jaarFiguur 17: Aantal wetenschappelijke publicaties van neolithisch onderzoek in Vlaanderen, per type publicatie en per vijf jaar

Boeken en doctoraatsthesissen komen maar occasioneel uit, maar spelen natuurlijk wel een grote rol in de omvang van de onderzoeksoutput. Dit komt het best tot uiting in het aantal gepubliceerde pagina’s origineel onderzoek over de jaren heen. In deze grafiek zijn twee opvallende pieken waar te nemen: een piek in de tweede helft van de jaren 1980 die gerelateerd is aan de publicatie van de Bandkeramische site Vlijtingen Kayberg7 en een piek in de eerste helft van de jaren 2000 die voornamelijk wordt gegenereerd door een doctoraatsthesis.8
Zoals hierboven vermeld, werd nagegaan in hoeverre een gelijkaardig patroon ook verkregen kan worden met een vereenvoudigde aanpak, zonder een individuele inschatting te moeten maken van elke publicatie.

 Aantal wetenschappelijk gepubliceerde pagina’s over neolithisch onderzoek in Vlaanderen, per type publicatie en per vijf jaarFiguur 18: Aantal wetenschappelijk gepubliceerde pagina’s over neolithisch onderzoek in Vlaanderen, per type publicatie en per vijf jaar

Voor elk van de fasen binnen het neolithicum vormen de tijdschriften het belangrijkste publicatiekanaal, voor het vroegneolithicum op de voet gevolgd door de congrespapers. Dit is het geval wanneer het aantal originele publicaties in rekening wordt gebracht (Figuur 19). Bij het aantal originele pagina’s zijn opnieuw enkele verschillen zichtbaar ten gevolge van een beperkt aantal, hierboven reeds aangehaalde publicaties (Figuur 20). Zo houdt het hogere relatieve aandeel van boeken voor het vroegneolithicum verband met de publicatie van Vlijtingen Kayberg en het hogere aandeel van thesissen voor het middenneolithicum verband met een doctoraatsthesis. Voor het laatneolithicum ontbreken dergelijke werken en is het patroon tussen aantal publicaties en aantal pagina’s sterk gelijkend.

 VN=vroegneolithicum; MN=middenneolithicum; LN=laatneolithicum; FN=finaalneolithicumFiguur 19: Aantal wetenschappelijke publicaties over neolithicum in Vlaanderen, per fase en per type publicatie. Legende: VN=vroegneolithicum; MN=middenneolithicum; LN=laatneolithicum; FN=finaalneolithicum

 VN=vroegneolithicum; MN=middenneolithicum; LN=laatneolithicum; FN=finaalneolithicumFiguur 20: Aantal gepubliceerde pagina’s origineel wetenschappelijk onderzoek over neolithicum in Vlaanderen, per fase en per type publicatie. Legende: VN=vroegneolithicum; MN=middenneolithicum; LN=laatneolithicum; FN=finaalneolithicum

Als maatstaf voor de (potentiële) internationale verspreiding van het gepubliceerde onderzoek werd ook naar de taal van de werken gekeken. Daaruit blijkt dat de meeste wetenschappelijke publicaties over neolithicum in Vlaanderen in het Frans (38%) en het Nederlands (36%) zijn uitgebracht, 21% in het Engels en slechts 5% in het Duits (Figuur 21). Het evenwicht tussen Franse en Nederlandse publicaties is voornamelijk het gevolg van het verschil tussen de publicaties van vroeg- en middenneolithisch onderzoek. Voor het vroegneolithisch onderzoek domineren de Franstalige publicaties (42%), gevolgd door de Engelstalige publicaties (33%) en slechts 19% Nederlandstalige. Bij het middenneolithicum is die trend sterk verschillend met 52% Nederlandstalige publicaties, 32% Franstalige en 15% Engelstalige. Het patroon voor het laatneolithicum sluit netjes aan bij dat van het middenneolithicum. Opnieuw is een verschil merkbaar wanneer we niet het aantal publicaties, maar het aantal gepubliceerde pagina’s in rekening brengen. Met enkel de bladzijden originele onderzoeksresultaten blijken de Nederlandstalige publicaties in de meerderheid (35%), op de voet gevolgd door een gelijke hoeveelheid Engelstalige en Franstalige (31%, Figuur 22). De vroegneolithische publicaties worden nog steeds door de Franstalige gedomineerd en blijft de volgorde behouden, maar voor het middenneolithicum is het aantal Engelstalige gepubliceerde pagina’s duidelijk dominant (47%). Opnieuw is dit te wijten aan de ene doctoraatsthesis voor deze periode, die in het Engels is opgesteld.

 VN=vroegneolithicum; MN=middenneolithicum; LN=laatneolithicum; FN=finaalneolithicumFiguur 21: Aantal publicaties origineel wetenschappelijk onderzoek over neolithicum in Vlaanderen, per fase en per taal waarin werd gepubliceerd. Legende: VN=vroegneolithicum; MN=middenneolithicum; LN=laatneolithicum; FN=finaalneolithicum

 VN=vroegneolithicum; MN=middenneolithicum; LN=laatneolithicum; FN=finaalneolithicumFiguur 22: Aantal gepubliceerde pagina’s origineel wetenschappelijk onderzoek over neolithicum in Vlaanderen, per fase en per taal waarin werd gepubliceerd. Legende: VN=vroegneolithicum; MN=middenneolithicum; LN=laatneolithicum; FN=finaalneolithicum

Tot de jaren 1950 zijn enkel Franstalige publicaties opgenomen (Figuur 23). De eerste Nederlandstalige publicatie over het neolithicum is het overzichtswerk van de hand van M.E. Mariën9 over de Belgische late prehistorie, vanaf het neolithicum tot aan de Romeinse periode. Vanaf de publicatie door Lux10 over de Bandkeramische vondsten op de Flikkenberg in Rosmeer in het tijdschrift Limburg, winnen ook de Nederlandstalige publicaties aan belang. Vanaf 1960 zal het Nederlands het aantal publicaties en het aantal gepubliceerde pagina’s originele onderzoeksresultaten domineren (Figuur 23 & Figuur 24), met uitzondering van de periode tussen 1995 en 2005, wanneer het Frans opnieuw de bovenhand neemt. Het Engels neemt een aanvang wanneer Scollar11 in de Proceedings of the Prehistoric Society de eerste Engelstalige bijdrage publiceert die ook betrekking heeft op het neolithicum in Vlaanderen. Vanaf dat moment zal het Engels een wisselend belang kennen. Het wordt in de periode net na de eeuwwisseling dominant in het aantal gepubliceerde pagina’s. Opnieuw is dit effect verbonden met een enkele doctoraatsthesis.

 Aantal publicaties origineel wetenschappelijk onderzoek over neolithicum in Vlaanderen, per periode van 5 jaar en per taal waarin werd gepubliceerdFiguur 23: Aantal publicaties origineel wetenschappelijk onderzoek over neolithicum in Vlaanderen, per periode van 5 jaar en per taal waarin werd gepubliceerd

 Aantal gepubliceerde pagina’s origineel wetenschappelijk onderzoek over neolithicum in Vlaanderen, per periode van 5 jaar en per taal waarin werd gepubliceerdFiguur 24: Aantal gepubliceerde pagina’s origineel wetenschappelijk onderzoek over neolithicum in Vlaanderen, per periode van 5 jaar en per taal waarin werd gepubliceerd

Zoals hierboven reeds aangegeven, werd met het oog op het bepalen van de impact van de publicaties in het internationale onderzoek, bijkomend een onderscheid gemaakt naar de context waarin het onderzoek werd gepubliceerd. Er werd een onderscheid gemaakt tussen regionale, nationale en internationale publicaties. De regionale publicaties omvatten voornamelijk tijdschriften van heemkringen of archeologieverenigingen, alsook de jaarverslagen van de provincies. Tijdschriften of boeken die op Vlaams niveau gepubliceerd worden, zoals het tijdschrift Relicta/Archeologie in Vlaanderen, werden ingedeeld bij de nationale publicaties. Hetzelfde geldt voor een tijdschrift als Notae Praehistoricae, dat evenwel ook een internationale verspreiding kent, maar toch hoofdzakelijk als Belgische publicatie moet worden aanzien. Internationale publicaties omvatten zowel internationale congresverslagen als tijdschriften. Bijdragen over het neolithicum in Vlaanderen in tijdschriften die in het buitenland uitgegeven worden, werden steeds onder internationale publicaties ondergebracht, ook al hebben ze in het buitenland een eerder nationale of regionale scope. Tijdschriften die in de loop van de geschiedenis een of meerdere naamsveranderingen doormaakten, werden onder de noemer van de meest recente benaming samengebracht.
Het is opvallend dat enerzijds de meeste originele onderzoeksresultaten in een internationale context werden gepubliceerd (32%), maar dat anderzijds 42% van de originele resultaten in ongepubliceerde of regionale bijdragen is opgenomen (Tabel 1 & Figuur 25). Voor de ongepubliceerde bijdragen is dit betrekkelijk grote aandeel voornamelijk het gevolg van een grote reeks (26) licentiaatsverhandelingen en een enkele doctoraatsthesis, die nog niet in een andere context werden gepubliceerd. Het grote aandeel regionale bijdragen bestaat voornamelijk uit artikelen in regionale tijdschriften. Verder is het aandeel regionale, nationale en internationale bijdragen voor de tijdschriftartikelen grotendeels gelijk. Het grootste deel van de tijdschriftartikelen in nationale of internationale context werd gepubliceerd in de vijf voornaamste tijdschriften/reeksen van de nationale archeologie voor steentijdonderzoek: Notae Praehistoricae (18%), Helinium (16%), Archaeologica et Praehistorica (13%), Relicta (10%) en Archaeologia Belgica (5%), samen goed voor 63% van de originele bijdragen in deze context (Tabel 2). Van deze vijf tijdschriften werden enkel Archaeologica et Praehistorica en Helinium als internationaal geklasseerd. De andere internationale tijdschriftartikelen zijn verdeeld over 24 tijdschriften en omvatten zowel publicaties in buitenlandse tijdschriften van onderzoekers die verbonden zijn aan Vlaamse instellingen als publicaties van buitenlandse onderzoekers die deels betrekking hebben op het neolithicum in Vlaanderen. Publicaties uit de laatste tien jaar in internationaal gereviewde tijdschriften zijn beperkt tot naar schatting 20 bladzijden origineel onderzoek dat direct op het neolithicum in Vlaanderen betrekking heeft, verspreid over zes bijdragen in drie verschillende tijdschriften: Antiquity, Archaeometry en Journal of Anthropological Archaeology.
Bij de congrespapers en boekdelen domineren de internationale publicaties in het aantal originele bladzijden (Figuur 25). Het aandeel van de congrespapers is bovendien sowieso betrekkelijk groot. Dit is het gevolg van het feit dat internationale congressen over neolithisch onderzoek op geregelde tijdstippen georganiseerd worden en dat deze in Noordwest-Europa een belangrijk forum bieden voor de verspreiding van de eigen onderzoeksresultaten. Publicaties in internationale congresbundels vormen dan ook een belangrijk onderdeel van de literatuurverwijzingen in het internationale onderzoek en moeten als dusdanig getaxeerd worden bij een evaluatie van de impact van het Vlaams neolithisch onderzoek in internationale context.

 Aantal gepubliceerde pagina’s origineel wetenschappelijk onderzoek over neolithicum in Vlaanderen, per type publicatie en onderverdeeld naar de context van publicatieFiguur 25: Aantal gepubliceerde pagina’s origineel wetenschappelijk onderzoek over neolithicum in Vlaanderen, per type publicatie en onderverdeeld naar de context van publicatie

 Aantal gepubliceerde originele bijdragen ingedeeld naar de context waarin ze werden gepubliceerdTabel 1: Aantal gepubliceerde originele bijdragen ingedeeld naar de context waarin ze werden gepubliceerd

 Aantal nationaal of internationaal gepubliceerde originele bijdragen per tijdschriftTabel 2: Aantal nationaal of internationaal gepubliceerde originele bijdragen per tijdschrift