3.2 Conservatie-restauratie van interieur en kunstwerken

  • Versie: 1
  • Datum: 11/12/2008
  • Auteur: Marjan Buyle

1 Inleiding op het onderzoeksdomein

1.1 Afbakening

Het onderzoeksdomein overlapt gedeeltelijk dat van het Historisch Interieur en dat van de Materialen en Technieken. Het ligt immers voor de hand dat verantwoorde restauraties van interieurs en kunstwerken voorafgegaan worden en samengaan met het onderzoek van het interieur als een geheel en met het onderzoek naar de gebruikte materialen en technieken. Restauraties leveren overigens vaak gegevens voor voornoemde onderzoeksdomeinen.

Eng gezien is het onderzoeksdomein beperkt tot het onderzoek van restauratieproducten en -technieken. In een breder kader omvat dit het onderzoek naar gebruikte materialen en hun verwerking.
Wat schilderingen betreft, heeft dit dan te maken met onderzoek naar pigmenten, kleurstoffen, bindmiddelen, kleefmiddelen en lijmen, afwerkingmaterialen zoals vernissen, glacis, wassen e.a. Onderzoek naar de laagopbouw levert gegevens op over achtereenvolgende interieuraankledingen, waarbij het interieur als een samenhang steeds in het achterhoofd gehouden wordt en waarbij de link gelegd moet worden naar de rest van de interieurcomponenten: los en vast meubilair, textiel, vloeren en tapijten, vensters en deuren, plafondafwerkingen, vaste interieurcomponenten zoals schouwen, lambriseringen, verlichting en verwarming, losse kunstwerken.

Onderzoek naar de bewaringstoestand, alteratiefenomenen, oorzaken van de schade: “natuurlijke” oorzaken zoals veroudering, vocht, invloed van het licht, klimaat, zouten en “onnatuurlijke” beschadiging door vandalisme, verwaarlozing, gebrek aan onderhoud, historische gebeurtenissen (iconoclasme, oorlogen,..), natuur- en andere rampen (overstromingen, aardbevingen, branden, instortingen).

Onderzoek naar uitvoeringstechnieken, volgorde van handelingen door de kunstenaar (welke lagen eerst, preparaties, verflagen, afwerkingslagen), technische hulpmiddelen (passer, sjablonen, schetsen, ontwerpen).

Evolutie van het interieur en de kunstwerken: latere overschilderingen, aanpassingen, toevoegingen, herstellingen, evolutie van stijl en smaak, van gebruik en functie, verbouwingen e.a.

1.2 Traditionele aanpak van dit onderzoeksdomein

De traditionele aanpak is grotendeels ad hoc: naar aanleiding van een welbepaalde conservatie-restauratie wordt er onderzoek rond verricht. Bovendien is het onderzoek meestal opgesplitst in gespecialiseerde deeldomeinen.

De oprichting van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium in 1948 is een belangrijk historisch gegeven, omdat de toenmalige opzet van interdisciplinariteit. 1 Dit had veel, zoniet alles, te maken met de visionaire figuur van Coremans die aan de leiding stond van deze instelling.

2 Stand van het onderzoek

Verschillende personen en instellingen zijn momenteel bezig met onderzoek op dit domein.

2.1 Instellingen

  • Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed VIOE
    • Marjan Buyle en ploeg (Els Jacobs en Philippe Schurmans)
      • Onderzoek van conservatieproducten en technieken ad hoc
      • Evolutie van de restauratiedeontologie en de weerslag hiervan op de restauratiepraktijk
    • Patrick Roose
      • Onderzoek en conservatie-restauratie van orgels
    • Archeologische conservatie Zellik
    • Aanverwant onderzoek VIOE: dendrochronologie e.a.
  • Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium KIK
    • Jan Wouters
      • kwantitatieve analyse van organische stoffen op micromonsters: natuurlijke organische kleurstoffen, plantaardige looistoffen, proteïnen
      • studie van de representativiteit en reproduceerbaarheid van de resultaten van microanalyses
      • evaluatie van de conditie van papier, leer, perkament, wol en zijde door chemische analyse
    • Hilde De Clercq
      • diagnose van de conserveringstoestand van monumentale constructies en materiaaltechnisch onderzoek van steenachtige materialen
      • identificatie en toepassingsmodaliteiten van behandelingsproducten gebruikt voor de conservatie en restauratie van onroerend erfgoed
      • uitwerken van een databank met analyseresultaten van producten gebruikt in de monumentenzorg als werkinstrument voor de Belgische Unie voor de technische goedkeuring in de bouw: onderzoek van waterwerende en anti-graffiti producten
      • onderzoek van de samenstelling van natuursteen en beton
      • lid van Werkgroep 2, Materials Constituting Cultural Property, en Werkgroep 3, Evaluation of Methods and Products for Conservation Works, binnen de Commissie Europese Normalisatie CEN/TC346 Conservation of Cultural Property: uitwerken van Europese standaarden
      • identificatie van natuursteen
      • analyse van historische mortels en pleisters
      • zoutanalyses, detectie van capillair opstijgend vocht
      • evaluatie en langetermijnefficiëntie van conservatieproducten
    • Marina Van Bos
      • analyse verfmonsters van muurschilderingen, historische gebouwen, miniaturen e.a.
      • identificatie van pigmenten en bindmiddelen en stratigrafie van de lagen met optische microscopie, infrarood spectroscopie en microscopie FT-IR, μRaman spectroscopie, electronenmicroscopie met energiedispersief X-straaldetectiesysteem SEM-EDX, X-straal fluorescentie XRF en gaschromatografie gekoppeld aan massaspectrometrie GCMS
      • preventieve conservatie
      • onderzoek papier, leder, perkament
    • Ina Vanden Berghe
      • onderzoek textiel, papier, leder, perkament
    • Leen Wouters
      • onderzoek glas, metaal, email
    • Mark Van Strydonck en Mathieu Boudin
      • 14 C- datering en stabiele isotopenonderzoek
    • Pascale Fraiture
      • Dendrochronologie
    • Jana Sanyova
      • chemie en geschiedenis van materialen gebruikt als artistieke kleurstoffen en pigmenten (organisch en anorganisch)
      • ontwikkeling van nieuwe extractiemethodes voor organische kleurstoffen vertrekkende van gekleurde lagen en lakken
      • ontwikkeling van nieuwe analysemethodes voor kleurstoffen met LC-DAD-MS
      • reductie van de vereiste hoeveelheid monsters noodzakelijk voor de analyse van kleurstoffen afkomstig van schilderijen
      • chemisch gedrag van pigmenten en organische kleurstoffen gedurende hun natuurlijke veroudering; onderzoek naar degradatieproducten die toelaten de oorspronkelijke kleurstoffen te bepalen in picturale lagen die nu ontkleurd zijn
      • interactie pigment - bindmiddel: invloed van het pigment op het gedrag en de veroudering van het bindmiddel
      • onderzoek van de structuur en de karakteristieken van kraplakken
    • Steven Saverwyns
      • bindmiddel- en vernisanalyse van schilderijen, GC-MS, met daarnaast andere technieken zoals FT-IR, Ramanspectroscopie,…
      • aanpassen van monstervoorbereidingsmethodes voor GC-MS analyses, zodat de analyses vlugger zijn en naar alle waarschijnlijkheid minder monsters vereisen
      • onderzoek naar een methode die de simultane bepaling toelaat van proteïnen en oliehoudende bindmiddelen met GC-MS
      • ontwikkeling van een methode voor de bepaling van polysaccharides
      • gebruik van micro-Ramanspectroscopie voor de identificatie van pigmenten
      • onderzoek naar de toepasbaarheid van micro-Ramanspectroscopie voor bindmiddelidentificatie
      • onderzoek naar het gebruik van micro-Ramanspectroscopie voor in situ analyses op bijvoorbeeld schilderijen
      • reduceren van de hoeveelheid materiaal noodzakelijk voor de analyse van bindmiddelen afkomstig van schilderijen.
    • Mohamed Rich
      • mortelanalyses, zoutdosering en opstijgend vocht
    • Guido Van de Voorde en Catherine Fondaire
      • radiografisch onderzoek van kunstwerken
  • Hogeschool Antwerpen, Departement conservatie en restauratie

    • Patrick Storme
      • conservatie en restauratie van metalen, tincorrosie
    • Joost Caen
      • onderzoek en conservatie glasramen
    • Onderzoeksprojecten
      • Salut-project
        • Study of Advanced Lasertechniques for the Uncovering of polychromed Works of Art, projectleider Dirk Anthierens
      • Smartplasma
        • ontwikkelen van prototype voor reinigen van metalen in historische objecten door middel van plasma, projectleider Patrick Storme
      • Studentenproefschriften?

2.2 Personen

  • Mario Baeck
    • Belgische industriële vloer- en wandtegels 1840-1940
  • Veerle Meul
    • preventieve conservatie, risicoanalyse
  • Aletta Rambaut
    • conservatie en restauratie van gebrandschilderd glas
  • Lieve Watteeuw
    • onderzoek conservatie papier, perkament en boeken
  • Geert Wisse
    • studie en conservatie van behangpapier
  • Leon Smets
    • Preventieve conservatie, monitoring

3 Hiaten

Hiaten zijn vooral de meer synthetische onderzoeken en bepaalde specialisaties die weinig of niet aan bod komen.

De meeste onderzoeken zijn gelinkt aan lopende conservatie- en restauratieprojecten, hetgeen overigens ook normaal is, omdat dan de mogelijkheid geboden wordt om sommige ensembles meer gedetailleerd te onderzoeken. 2

Een andere vaststelling is dat onderzoek gelinkt is aan de interessesfeer en de specialisatie van personen, die, autodidactisch of niet, autoriteiten geworden zijn in hun vakgebied.

Resultaten van onderzoek blijven nog al te vaak weinig toegankelijk. Analyseresultaten blijven ‘hangen’ tussen de opdrachtgever van de onderzoeken en de uitvoerder ervan, tenminste in het - spijtige - geval dat het onderzoek niet gepubliceerd wordt.

Veel vooronderzoeken van conservaties-restauraties, waarin meestal een schat aan gegevens vrijkomt, blijven ontoegankelijk omdat ze verdwijnen in archieven, administraties, instellingen.

Er is weinig grootschalig onderzoek naar bijvoorbeeld restauratieproducten: lijmen en fixeermiddelen, insecticide-fungicidesystemen en producten, reversibele producten voor specifieke doelen, producten en technieken voor reiniging e.a. Probleem hierbij is waarschijnlijk dat iemand de opdracht moet geven voor deze onderzoeken en dat deze de onderzoeken wellicht zelf moet financieren.

Er is weinig fundamenteel ‘theoretisch’ onderzoek wat restauratiedeontologie en –filosofie betreft. Pogingen worden ondernomen om dit hiaat op te vullen via gespecialiseerde congressen en studiedagen. 3 Essentieel hierbij is wel dat er binnen een redelijke termijn een publicatie beschikbaar is.

Er zijn te weinig (gecoördineerde) initiatieven betreffende de wetenschappelijke terminologie van de conservatie-restauratie. Een duidelijk voorbeeld hiervan, maar uitsluitend een deelaspect behandelend, is het Beknopt glossarium voor de conservator-restaurateur van beeldhouwwerk 4 opgemaakt in het kader van het CRISTAL-project. 5 Het VIOE (Marjan Buyle), de Hogeschool Antwerpen (Charles Indekeu) en Culturele Biografie Vlaanderen (Leon Smets) waren bij dit project betrokken. Aanleiding was het feit dat de Art and Architecture Thesaurus van het Getty Institute niet specifiek ingaat op terminologie van de conservatie-restauratie. Opzet van het CRISTAL-project was het verwezenlijken van een meertalig glossarium met technische termen vanuit drie landen van de Unie: Frankrijk, België en Italië. België kreeg de beeldhouwkunst toegewezen, Italië de muurschilderkunst en Frankrijk de schilderijen op doek en de metalen en ceramiek. Het eindresultaat was iets minder ambitieus dan de oorspronkelijke opzet. Het deelaspect muurschilderingen werd uitsluitend in het Italiaans gepubliceerd en schoot hierdoor haar doel volledig voorbij. 6

4 Prioriteiten in het onderzoek

Prioritair is een onderzoek naar de meest efficiënte en tegelijkertijd milieuvriendelijke, ecologisch verantwoorde producten voor de behandeling en de preventie van biologische aantasting (schimmels, zwammen, insecten) van hout?
Het onderzoek zou klaarheid moeten scheppen over volgende punten:

  • welk recent wetenschappelijk onderzoek werd hierover uitgevoerd in binnen- en buitenland? Welke publicaties bestaan hierover?
  • welke schade brengen deze producten toe aan het milieu en de mens in zijn omgeving (manipulatie van behandelde houten werken, schade door inademing, uitwasemingen, …)
  • wat is de efficiëntie van deze producten: curatief? Preventief? Duurzaamheid van de bescherming?
  • wat is hun interactie met afwerkingslagen op het hout: was, vernis, kleurstof, polychromie, metaalopleg,…? Welke residu’s laten ze na in het hout?
  • op welke manier worden deze producten aangebracht? Zijn deze producten in dit land verkrijgbaar? Zoniet, waar zijn ze te bekomen? Kostprijs?

Dit onderzoek is nuttig voor een brede basis: in praktisch alle monumenten is hout aanwezig (constructie, decoratie, kunstbezit).

Hierbij aansluitend en in uitbreiding is onderzoek nodig naar andere facetten van preventieve conservatie (lucht, licht, klimaat e.a.). Brochures en handleidingen voor het grote publiek (de erfgoedzorgers in eerste lijn) over deze problematiek bestaan al, maar zijn wellicht te weinig bekend of te weinig gebruiksvriendelijk. Het vroegere VCAR, het KIK en de Monumentenwacht Interieur nu ontwikkelden initiatieven ter zake en verzorgden publicaties (Vademecum van het KIK, Schoon Schip van het VCAR, brochures van Monumentenwacht). Onze Franstalige collega’s publiceerden bruikbare handleidingen. Enige coördinatie en eventueel vertalingen zijn zeker wenselijk.

Een andere prioriteit is het synthetisch onderzoek naar restauratieproducten (voor het fixeren, verharden, reinigen e.a.), zoals ze in de handel worden aangeboden. Het is bekend dat firma’s vaak zonder veel ruchtbaarheid de samenstelling van hun producten wijzigen. Het is bovendien moeilijk om te allen tijde te beschikken over geactualiseerde technische fiches.

Type- of standaardbestekken zijn in deze sector niet mogelijk noch wenselijk, maar de opmaak van een standaardformulier als richtlijn voor bijvoorbeeld een volledig onderzoek van een historisch interieur moet mogelijk zijn. Dit is nu nog te veel gefixeerd op louter onderzoek van afwerkingslagen en dan nog alleen op de kleur hiervan (en niet op de textuur, dikte, uitzicht, esthetiek, samenstelling, verfsysteem, preparatielagen, …). Bij onderzoek voorafgaande aan de conservatie en restauratie mag vooral de samenhang niet uit het oog worden verloren van afwerkingslagen met los meubilair, vast meubilair, vaste aankleding (schouwen, vensters, ramen, stucwerk e.a.), vloeren en tapijten, correlaties tussen bepaalde afwerkingslagen en andere aankleding van de ruimte, geschiedenis, wijzigingen, verbouwingen, functieveranderingen. Nog te veel onderzoeken worden zodanig opgesplitst in diverse deelspecialisaties en verschillende personen dat het onderzoek wel een massa gegevens oplevert, maar dat de praktische bruikbaarheid niet erg groot is. Vaak ontbreekt een eindbeoordeling en evaluatie van al die onderzoeksresultaten in hun samenhang.

Theoretisch onderzoek naar restauratiedeontologie is niet systematisch en wordt te weinig verricht. Ook in publicaties over onderzoeken komt dit te weinig aan bod: het formuleren van de restauratieopties en de argumentering en de deontologie die hierachter zit.

Er is ook nog werk aan de winkel betreffende wetenschappelijke terminologie van de conservatie. Als inspiratiebron kan wellicht het bovengenoemde glossarium dienen. De schema’s betreffende vervaardiging, alteratie en interventie zijn ook bruikbaar en kunnen herwerkt worden voor andere deelgebieden. De formulieren die opgemaakt werden door M. Savko van het KIK en gebruikt werden voor onderzoek en conservatie van muurschilderingen zijn bijzonder volledig en bruikbaar en kunnen als voorbeeld dienen voor onderzoek en conservatie van andere deelgebieden.

  • 1. het onderbrengen van de afdelingen inventarisatie en fotoarchief, wetenschappelijk onderzoek en uitvoerende ateliers conservatie-restauratie voor die tijd vooruitstrevend en toonaangevend was
  • 2. bereikbaarheid – stellingen! -, tijd, mogelijkheid tot samenwerking en interdisciplinaire contacten, mogelijkheid tot publicatie en communicatie, mogelijkheid tot uitdiepen van een problematiek
  • 3. voorbeeld het BRK-VIOE congres in 2007 over authenticiteit en interpretatie in de conservatie-restauratie en de studiedagen Historisch Interieur van de Universiteit Gent
  • 4. wetenschappelijke uitgevers Ingrid Geelen en Wivine Wailliez van het KIK
  • 5. Conservation Restoration Institutions for Scientific Terminology dedicated to Art Learning Network
  • 6. NIMMO M. (ed.), Pittura murale, proposta per un glossario, Lugano, 2001